Een beetje glitter in je leven

In Russische schoonheidssalons voel ik me als een vis op het droge. Deze week besloot ik dat het tijd was voor een bikiniwax. Toen ik de prijslijsten van diverse salons bestudeerde, leerde ik dat je behalve alleen de zijkanten bijsnoeien voor je badpak, of alles weghalen, ook een bikini design kunt bestellen. Daar kun je dan naar smaak extra glitters aan laten toevoegen voor slechts 2 euro, of strass steentjes, á 10 roebel per stuk (14 cent). Ergens spreekt het me wel aan dat zelfs voor je bikini-zone een design met glitters binnen de mogelijkheden ligt. Ik denk dan vooral aan wat er om moet gaan in degene voor wie zo’n glamourdoos tevoorschijn getoverd wordt.

Uiteindelijk besloot ik naar de dichtstbijzijnde salon te gaan voor een wax zonder glitterextensies, want in Rusland is dat vaak al een toestand genoeg. Ik dacht terug aan de laatste keer dat ik me in Rusland liet waxen (lang, lang geleden), en de schoonheidsspecialiste ruim 40 minuten daar beneden doorbracht. Na een slepende sessie waar ze op een gegeven moment met een soort vergrootglas, een pincet en een tandartslamp aan de gang ging, had ik het idee dat we iets hadden opgebouwd samen. Ik ben namelijk gewend dat Nederlandse en Belgische waxspecialisten ongeveer een kwartier nodig hebben om om het even welke struik te vellen. Er worden geen verzachtende crèmes en lotions ingemasseerd, en er wordt niet te flauw gedaan. Je hebt het gevoel dat je een stuk vlees bent dat aan de lopende band wordt afgewerkt. Rats-rats en klaar ben je. Mijn schoonheidsspecialiste in Gent kon zonder treuzelen haar werk uitvoeren terwijl ze haar telefoon tussen haar oor en schouder geklemd hield en haar man vertelde over de eerste schooldag van haar kind. En zo heb ik het graag.

In Rusland gaat het allemaal zo makkelijk niet. De laatste keer dat ik me hier liet waxen had ik gezegd dat het niet de eerste keer was. De schoonheidsspecialiste lichtte dus verder ook niet toe wat voor dubieuze tintelende crèmes en toestanden ze allemaal in stond te wrijven voor ze begon. Dit keer kwam er, naast dubieuze crème, ook talkpoeder aan te pas. Vervolgens ging ze aan de gang, steeds kleine stukjes tegelijk, en keek ze me na elk stukje bezorgd aan en vroeg of het wel ging. Op den duur merkte ze verbaasd op dat ik zelfs niet met mijn ogen knipperde. Uiteindelijk had ze ook een half uur nodig, maar gaandeweg realiseerde ze zich dat ze me daadwerkelijk geen pijn deed. Ik heb goede hoop dat ze volgende keer wat minder bang is en de klus in 20 minuten geklaard is. Wie weet laat ik daarna wel een design met glittereffecten uitvoeren.


 

Advertisements

“Lee Chong’s grocery, while not a model of neatness, was a miracle of supply. It was small and crowded, but within its single room a man could find everything he needed or wanted to live and to be happy – clothes, food, both fresh and canned, liquor, tobacco, fishing equipment, machinery, boats, cordage, caps, pork chops. You could buy at Lee Chong’s a pair of slippers, a silk kimono, a quarter pint of whiskey and a cigar. You could work out combinations to fit almost any mood. The one commodity Lee Chong did not keep could be had across the lot at Dora’s.”

John Steinbeck – Cannery Row


 

DSC_0019

Het is zomer en de dorm waar ik woon loopt langzaam leeg.
Iedereen gaat terug naar zijn thuisland.
Nog een week en dan is het überhaupt alleen nog
ik en de buurman uit Oezbekistan.
Sommigen komen nooit meer terug.
Je zou er een beetje melancholisch van worden,
van zo’n eenentwintigste eeuws bestaan
van migrerende mensen.
Maar voor elke nieuwe vriend die weggaat,
spoelen er weer oude bekenden aan.
Nooit een saai moment.

Intussen is het op werk rustig.
Serieuze grammatica, daar doen we ‘s zomers niet aan
Er zijn weinig kinderen
we kletsen en we knutselen alleen maar.
Juf Samira vindt het allemaal wel best.

Engels mag een wereldtaal zijn,
met Nederlands kom je pas écht overal.
Zo was ik onlangs op sollicitatie
bij de ambassadeur van een Afrikaans land.
Nu wandel ik twee keer per week naar zijn huis
in een lommerrijke buurt voor rijkelui
pal in het centrum.
Om zijn dochter wat Nederlands te leren.

Intussen heb ik vier bijbaantjes.
Koning te rijk
met mijn zakken vol bankbiljetten.
Het kon alleszins slechter.


 

De Kaukasus is voor taalkundigen een feeërieke plek waar godsonmogelijk veel verschillende talen worden gesproken in een heel klein gebied. Voor veel van deze talen weten we tot op de dag van vandaag niet waar ze eigenlijk vandaan komen en aan welke andere talen ze verwant zijn, behalve aan een paar talen die in de buurt worden gesproken. Het toppunt van de Kaukasus (in dit opzicht) is de autonome republiek Dagestan, in het Zuiden van Rusland. Volgens Wikipedia heeft Dagestan veertien officiële talen. De republiek is qua oppervlakte net iets groter dan Nederland, en heeft ongeveer twee en een half miljoen inwoners. De veertien officiële talen van Dagestan zijn dan nog een zwakke afspiegeling van de daadwerkelijke taaldiversiteit, want er worden ruim dertig verschillende talen gesproken. Er zijn regio’s waar elk dorp zijn eigen taal heeft.

Binnenkort ga ik voor het eerst naar Dagestan, om veldwerk te doen. Dat komt erop neer dat we met een groepje taalkundigen naar een bergdorp gaan om daar de plaatselijke bevolking lastig te vallen met moeilijke vragen over hoe je bepaalde dingen zegt in hun taal. Dat is het leukste gedeelte van taalkundig onderzoek doen. Veel taalkundigen houden zich bezig met het analyseren van enorme hoeveelheden tekst. Ze leggen databanken aan van geschreven teksten, of transcripties van gesprekken, kiezen dan een thema en gaan bergen voorbeelden hiervan analyseren. En op die resultaten dan wat statistiek trucjes toepassen. Bij ons gaat het allemaal anders, want we hebben niet zoveel gegevens. Of we moeten zelf mensen gaan opnemen en dingen laten schrijven, en dit dan woord voor woord gaan uitpluizen. Zo kom je natuurlijk nooit aan de hoeveelheid gegevens als die er beschikbaar zijn voor talen als het Engels, waarvoor bijvoorbeeld al godweethoelang (ik in elk geval niet) politieke debatten worden getranscribeerd en in databanken worden opgeslagen, en die een lange geschreven traditie hebben. Als je met kleine Kaukasische talen werkt heb je die luxe over het algemeen niet, omdat er weinig tot geen geschreven bronnen of getranscribeerde teksten zijn. Aan de andere kant:  je hebt dan wel weer de luxe dat je voor je werk de bergen in moet, om aan te kloppen bij de meest gastvrije mensen ter wereld. Tegenover alle dagen achter een computer RSI te zitten kweken.


 

Eén van mijn leerlingen is 11 en heeft verschillende leerproblemen. Mijn baas zei dat hij al sinds hij klein is bij ons Engels leert, en dat hij in het begin om de een of andere reden van rechts naar links las. Bij vlagen is hij de slimste jongen in de klas, andere keren praat hij in raadsels die hij verpakt in de kromst mogelijke zinnen. Dan komt hij gewoon niet uit zijn woorden, onafhankelijk van welke taal hij probeert te spreken. En hij heeft ook een beetje een spraakgebrek. Vorige week tijdens de tekenles zei een meisje – die het overigens niet gemeen bedoelde – dat hij raar was, naar aanleiding van zijn abstracte meesterwerk. Toen zei hij met een geheimzinnig soort zelfverzekerdheid, “strannost’ – éto khorosho. Ljudi zarabatyvajut na strannosti.” Oftewel, “raarheid is iets goeds. Mensen verdienen geld aan raarheid.” En zo is het maar net.

Een betere vertaling naar het Nederlands zou misschien eigenaardigheid zijn (iets als ‘weirdness’ in het Engels).


 

Ovo je Balkan

2016-06-13_23-18-19

Niet iedereen weet dit, maar ik ben groot liefhebber van Balkan muziek. Als ik zeg Balkan muziek heb ik het niet over de Oost-Europese carnavalsorkesten die midden jaren nul in de mode waren en waar Nederlandse jongens met festivalhoedjes ongericht van op en neer gaan springen – als ik zeg Balkan muziek heb ik het over turbo-folk en pop-folk of chalga – Servische en Bulgaarse popmuziek.

In de eerste plaats hou ik vooral van de lekkere, voorspelbare ritmes waar je van op aan kan. Ik kan niet dansen op house en slechts bij vlagen op indie. Op Balkan muziek kan ik daarentegen dansen in mijn slaap. Of terwijl ik achter mijn computer zit Kaukasische werkwoordconstructies te ontleden. Of terwijl ik gehaktballen sta te draaien. Geen probleem. Ik kan er zelfs op dansen als het helemaal niet aanstaat.

Behalve van de ritmes hou ik van de intense stemmen en teksten, de clips waarvoor niks gespaard wordt en de verrassende fashion keuzes, zoals de liessandalen hierboven, die afkomstig zijn uit deze clip:

De jurken die in deze clip voorkomen zijn eigenlijk niet zozeer jurken, als wel een soort gordijntjes voor Didanovic’ ondergoed. Gordijntjes die het grootste gedeelte van de tijd ook open staan. Ik ben daar wel voor. Ondanks mijn opvoeding hou ik zonder spoor van ironie van glitters, goud en muziek zonder gitaren (geen gitaren is geen randvoorwaarde , ik luister namelijk niet alleen maar Balkan, maar glitter is wel vrij principieel). Zoals dit recente meesterwerk van Lepa Brena, wat bewijst dat puni-gordijntjes boven de vijftig ook nog best kunnen.

Ze zingt, “het hart van deze koningin is geen object. Het is je eigen schuld dat je geen koning kon zijn.” Zoals ik al zei. Intense teksten. Een beetje levensinspiratie voor mijn oude dag.


 

XXXII

We bestaan niet zomaar
We beleven tussen aanhalingstekens
ziende blind overleven we onze avonturen.
We kleuren gebeurtenissen voortijdig

of dat slecht is.

Ja we steken anderen de ogen uit
met spannende plaatjes in hoog contrast
en zeggen er niet bij hoe we daarna in foetus-houding
ongeduldig de goedkeuring van anderen afwachten.
Maar alsof dat is wat we willen,
mensen die eerlijk zeggen dat ze het ook niet weten
en er niets van bakken.
Tuurlijk is dat af en toe cathartisch
lekker zwelgen en verkneukelen
maar je moet het wel uit kunnen zetten
als een serie.

Is dit anders dan hoe we ons
dingen altijd mooier herinneren dan ze waren.
Hoe oude foto’s een romantiek ademen
wanneer de muffe lucht van ellende, armoede
en slechte hygiëne is opgetrokken.
We verleven ons leven met halfdichte ogen,
en filteren met onze wimpers.
En als het is afgeleefd
resten alleen nog goede anekdotes
en een paar voordelige foto’s
(als we geluk hebben en niet beroemd worden).

Mensen willen mooi leven
Voor de één is dat een niet aflatende stroom uitzichten
in sepia, om te delen
Voor de ander is een (zo goed als) nieuwe Mercedes
Voor een derde is het misschien zitten
in je saaie kleren, in een antieke bureaustoel
lekker tegen je eigen tijdvak zitten wezen
en je gal herkauwen (liefst voor publiek),
want vroeger, wat je kent uit boeken en overlevering
was beter.

Voor mij is het wijn drinken in de Kaukasus in de zon
En sjasliek eten
Met rode lippenstift op
(het kan zo simpel wezen).

Oh leven, ik heb je beleefd, dat je het weet.
Al voelde je er niet veel van.