“De hele tabel van Mendelejev ligt hier te branden.”

dsc_0836
Het dorp Zilo.

Afgelopen week was ik bij de Avaren en de Andi’s in Dagestan.

Kaukasiërs, en dan vooral uit de Noord-Kaukasus (zoals Dagestan, Tsjetsjenië en Ingoesjetië) hebben in Rusland de reputatie om op zijn zachtst gezegd wat onstuimig te zijn. Binnen Dagestan staan de Avaren dan weer bekend als bijzonder wild. Vorige week dinsdag was ik in de hoofdstad Machatsjkala bij een Avaarse familie thuis. Toen ze hoorden dat ik van plan was naar de regio Botlich te gaan zeiden ze, oei, ga je de bergen in? Pas op hoor, wij zijn een onbesuisd zootje. Ik ging daar naar de Andi’s, maar die worden (ook door zichzelf) vaak beschouwd als een soort Avaren. De directeur van de school in het dorp vertelde met enige trots, dat de Andi’s eigenlijk het méest onbehouwen volk zijn van Dagestan. Zij waren in de 15e eeuw het laatste volk dat de Islam aannam, nadat alle anderen al waren bekeerd. En ver voordat er sprake was van een Dagestan, hadden de Andi’s in het Westen al een grens gecreëerd tussen henzelf en de Tsjetsjenen verderop.

In vergelijking met (vooral Noord-West) Europeanen zijn Dagestanen inderdaad wat impulsief. Die impulsiviteit kan heel effectief zijn. Mensen zijn in staat alles te laten vallen om je te helpen. Maar soms sta je ook aan de andere kant, en zit je uren op iemand te wachten omdat er van alles tussendoor kwam. Zo zat ik afgelopen vrijdag de hele dag bij iemands nicht thuis te wachten op vervoer, omdat het snorbusje dat zou rijden uiteindelijk toch niet reed, en de enige andere persoon die me kon ophalen eerst moest gaan hooien. Uiteindelijk heb ik die dag doorgebracht met het verwerken van materiaal wat ik al verzameld had en tegelijkertijd het dochtertje van bovengenoemde nicht bezig te houden. Dit terwijl diezelfde nicht de halve dag in de keuken stond eten te koken voor mij. Zo gaan die dingen in Dagestan.

 

dsc_0837
Het dorp Zilo.

Wat leuk is aan onder andere het Avaars, maar ook aan veel andere Dagestaanse talen, is dat het werkwoord een enorm arsenaal aan verleden tijdsvormen heeft met hele subtiele betekenisverschillen. Zo subtiel, dat de Dagestanen zelf er soms niets van merken. Zo heb ik bijvoorbeeld twee verschillende Avaarse vertalingen van één kort tekstje. De eerste vertaler gebruikt in elke zin de voltooid verleden tijd, terwijl de tweede een soort niet-helemaal verleden tijd gebruikt. Toen ik aan de eerste vertaler vroeg wat het verschil was tussen zijn tekst en de tweede tekst, zei hij: “Niks. Het is gewoon hetzelfde zeggen met andere woorden.” Met die uitleg was ik niet echt tevreden, dus legde ik de twee versies voor aan de oma van de familie waar ik vorige week bij op bezoek was. Ze dacht lang na, en riep toen haar dochter erbij. Er verzamelden zich hoe langer hoe meer familieleden om mijn teksten, tot uiteindelijk zelfs de dochter en schoonzoon die op de Krim wonen via skype aan de discussie deelnamen. Uiteindelijk luidde de conclusie, dat de eerste versie de indruk wekte dat de vertaler er zelf bij was geweest, terwijl de tweede versie meer de indruk gaf, dat de vertaler het van horen zeggen had.

Dit antwoord was wat ik verwachtte uiteindelijk te horen. Dit soort vormen worden soms omschreven als “direct waargenomen verleden tijd” tegenover “niet direct waargenomen verleden tijd”. Het idee dat het voor sprekers van deze talen belangrijk is of je iets wel of niet met eigen ogen gezien hebt, spreekt veel mensen tot de verbeelding. Maar de werkelijkheid is veel ingewikkelder. Tot nu toe vertaalt bijvoorbeeld iedereen de zin “Graham Greene heeft dit boek geschreven” steevast met een vorm van directe waarneming, terwijl er waarschijnlijk weinig Dagestanen hebben staan toekijken hoe Graham Greene boeken schreef. De uitleg is dan dat het om een feit gaat. In veel situaties zijn de vormen ook gewoon inwisselbaar volgens de sprekers. Desondanks maken verschillende sprekers vaak wel dezelfde keuzes in bepaalde situaties, dus er is íets in die situatie wat ze aanspoort om een bepaalde keuze te maken. Maar wát, daar ga ik de komende twee jaar mijn hoofd over breken en nog menig Dagestaan voor lastigvallen.

dsc_0820
Zilo.

Een ander pluspunt aan werken met Dagestaanse talen, wat ik al eerder noemde, is dat je ervoor naar Dagestan moet. Bergen, zon, zee, strand. En meloenen zo groot als UFO’s. En de mensen zijn dusdanig gastvrij, dat als de universiteit mijn vliegticket betaalt, op reis gaan naar Dagestan goedkoper is dan thuisblijven. Dit keer had ik wat meer uitgegeven aan cadeautjes voor de mensen bij wie ik had gelogeerd, maar van Dagestanen kun je gewoonweg niet winnen. Niet alleen geven ze je onderdak en eten, maar meestal krijg je ook nog cadeautjes toe, als dank dat je bent langsgeweest.

Saai is het nooit.
Het citaat in de titel komt van de taxichauffeur die me om vijf uur ‘s ochtends naar het vliegveld bracht. In Machatsjkala heerst er momenteel een Napolitaans afvalprobleem. Het afval wordt te weinig opgehaald en dat wat er op de vuilnisbelt ligt wordt eenvoudigweg in de fik gestoken in de open lucht, wat leidt tot enorme stinkende rookwalmen. Hij vertelde daarna nog hoe dat wel anders is in Denemarken, waar hij in de jaren ’90 een keer was geweest. Daar kun je gewoon zo op je sokken uit je auto stappen en over straat lopen zonder dat je sokken vies worden. Zo schoon is het daar.

dsc_0847

Intussen is het in Moskou dikke herfst. Mijn baantjesteller staat inmiddels op vier. De oude vrouwtjes bij het Kiev station verkopen chrysanten en het uitvreten is voorbij. Of nouja, na dit verhaaltje dan.

 


 

Kleren

a585fb6c9875126ca6f82c1c3f3af0fa

Sinds kort heb ik een nieuw levensdoel. Op een zonnige namiddag ging ik langs bij de winkel van Georgische ontwerpers aan de Patriarchenvijvers in Moskou, want er was korting en gratis wijn zeiden ze. Ik had eerder al geprobeerd te informeren naar de prijs van een kimono waar ik op zat te azen, maar toen schreven ze terug, dat ze geen webshop waren en daarom geen uitspraken daarover deden via internet. Dat ik maar op de koffie moest komen. Ergens had ik de vege hoop dat ik de kans zou krijgen wat spaargeld stuk te slaan aan een zwaar afgeprijsd kunststukje, maar de kimono’s waren niet in de uitverkoop. Ik paste een kimonoïde kledingstuk van meer dan 1000 euro en deed alsof ik in de gelegenheid was er ja of nee tegen te zeggen. Ik hoorde mezelf praten en dacht, dit gelooft niemand. Maar toen vroeg de verkoopster of ze mijn nummer moest opschrijven zodat ze me kon bellen en op de hoogte houden wanneer er iets nieuws binnenkwam van de ontwerper, Lasha Devdariani. Hij maakt met de hand kimono-achtige kledingstukken van antieke stoffen die hij uit India haalt. Op de hanger lijken het net ouwe patchwork lappen, maar als je er één aantrekt voel je je direct de koningin van de woestijn. En dat gevoel kan ik nu niet meer afschudden. Wetenschap is leuk, maar mooie dingen hebben is ook belangrijk.

f8517ab752e3ad2004d664cc28e9ec29

De foto’s in deze blogpost komen van de Instagram account van Lasha Devdariani. Een aanrader voor wie houdt van textiel en Oosterse taferelen.

 

Morgen vertrek ik weer naar Dagestan voor een week, onder andere om materiaal te verzamelen van een taal die alleen gesproken en niet geschreven wordt. A. Dirr schreef in 1906 over deze taal:

“In [taal] is er een verleden, een tegenwoordige en een toekomende tijd. Maar ze lijken alledrie heel erg op een voltooid verleden tijd. Hun temporele karakter komt niet zo duidelijk naar voren als in andere talen.”

IMG_20160823_164431

Zowel de tegenwoordige als de toekomende tijd lijken dus op de voltooid verleden tijd, en eigenlijk hebben ze geen van allen een hele uitgesproken tijdsbetekenis. Dat belooft natuurlijk dolle pret. Modernere beschrijvingen geven de indruk dat dat allemaal wel meevalt, maar hoe het nou echt zit is me nog niet duidelijk.