Schoonheid is zuurstof voor de ziel

You told me again you preferred handsome men
But for me you would make an exception
And clenching your fist for the ones like us
Who are oppressed by the figures of beauty
You fixed yourself, you said, “Well never mind
We are ugly but we have the music
– Leonard Cohen “Chelsea hotel”

 

img_20161231_182244

Gisteren liep ik over straat met mijn Franse vriendin, die altijd dingen haat, of adoreert,  maar zelden iets daar tussenin, en die zei, dat ze een hekel heeft aan de schoonheidssalons op elke straathoek hier in Moskou. Gewoon omdat het er zoveel zijn. En overal. Alsof gebeiteld en geplamuurd worden het belangrijkste is in het leven. Voor veel vrouwen hier is mooi zijn hard werken en tegelijkertijd een integraal deel van de vaste  maandelijkse lasten. Maar is het beitelen en plamuren van je uiterlijk volgens een bepaald sjabloon wat schoonheid is? Niemand zal ontkennen dat die zelfmaakbaarheid soms ontspoort – in chirurgische ingrepen of een overdaad aan make-up die een mens dichterbij een karikatuur brengt dan bij het daadwerkelijke ideaal dat hij nastreeft. En dat er daarnaast mensen zijn die van nature beeldschoon zijn.

Tweedimensionale sjablonen

Het is een populaire gedachte dat symmetrie uiteindelijk bepaalt of iemand objectief gezien mooi is. Maar objectief gezien mooi zijn betekent voornamelijk dat de massa je zou beoordelen als zijnde mooi. Symmetrische schoonheid is voornamelijk een tweedimensionaal soort schoonheid. Wanneer we bijvoorbeeld een partner kiezen en dichterbij komen, spelen veel meer factoren een rol. Dingen als iemands geur, stemgeluid, gedrag, manier van kleden, manier van bewegen en spreken spelen allemaal een rol in het aanzwengelen van sympathieën in onze hersenen. Aan de andere kant is mode en alles wat erbij hoort een stuk minder oppervlakkig dan het lijkt. Een stukje textiel zegt soms meer over je innerlijk en de samenleving waarin we leven dan je denkt.

Een beetje waardering

Er zijn heel veel dingen die we mooi kunnen vinden, omdat hun algehele gestalte ons aanstaat. Een wild landschap, een stuk muziek, of iets bewegelijks als een mooie herfstdag. Of “de glimlach van een kind” om maar eens met Willy Alberti te spreken. Het gevoel dat die dingen in ons inspireren, dat we een beetje meer levend zijn dan anders, is min of meer hetzelfde. En als we dit kunnen uitdelen, dan is dat helemaal mooi. We kunnen een kind op de wereld zetten, ervoor zorgen dat onze wenkbrauwen Kardashian-waardig zijn, of we kunnen lappen tekst de wereld in smijten waarvan we hopen dat andere mensen het op prijs stellen. Iedereen heeft een beetje welgemeende waardering nodig in het leven.

IMG_20161231_162910.JPG
Sommige schepsels worden gewoon fabulous geboren, luipaardprint en parelmoer inbegrepen.

Er is niets moreel mis met make-up dragen, of hoge hakken, of plastische chirurgie, noch met geld uitgeven aan jezelf, of een of meer kinderen op een overbevolkte wereld zetten, of met je tijd en of geld besteden aan kunst en muziek die mensen zin in het leven geeft. Er is ook niets mis met niet willen meedoen aan de industrie van het uiterlijk en je wenkbrauwen en of andere lichaamsharen de vrije loop te laten. En niet dun te willen zijn, om wat voor reden dan ook. Schoonheid kan een monster zijn. Iedereen moet hem af en toe voeren, maar je moet op je hoede zijn dat-ie je arm niet tot aan de elleboog afbijt.

Een gezonde cynische tante

Soms knijp ik mezelf in mijn ziel met die gedachte, als ik voor mezelf een te dure aankoop probeer goed te praten. Maar ook wanneer ik uren aan een stuk bezeten achter mijn computer gekromd werkwoorden heb lopen analyseren, waarna ik opeens merk dat ik moet eten en mijn spieren in beweging zetten. Een bepaald ideaal hebben in het leven geeft je kracht, maar je ideaal heeft niks aan je wanneer je door de terugslag van diezelfde kracht verpletterd wordt.

Mijn wens voor 2017 is een goede tante worden, kunnen schipperen tussen werkwoordstijden analyseren, kinderen leren niet bang te zijn om Engels of Nederlands te praten en niet te veel maar ook zeker niet te weinig geld uit te geven aan handtassen, kimono’s, pedicures en bloemen van de oude omaatjes op het Kiev station. En om een gezonde cynicus te wezen. Waarmee je kunt lachen, maar niet op een boer-met-kiespijn manier.

Zo, nu ik dat van mijn lever af heb, kan er gedronken worden.


Advertisements

Pratende muren

img_20161230_002429

Er is een dichter hier in Moskou die de hele dag door de stad struint en daarover berichten schrijft op Facebook. Hij maakt foto’s van scheuren in het asfalt en leuzen op de muur. En dan zegt hij dat de muren weer tegen hem praten. Met regelmaat noemt hij zijn volgers of zichzelf dik en oud. Als hij thuisblijft schrijft hij over zijn teckel, die een hele ingewikkelde psyche heeft (en haar eigen merchandise). Vaak loopt hij in de buurt van mijn faculteit en fotografeert dingen die ik ook tegenkom. Dan is het net of ik een figurant ben die altijd net buiten beeld blijft, in een roman van Herman Brusselmans. Het gezicht hierboven fotografeerde hij ook toen het begon te verschijnen overal. Dat begon onschuldig, op een verwaarloosde gevel, over een rij aanplakbiljetten. Maar pas geleden zag ik hem pontificaal over die schildering hierboven staan. Alsof de muren over elkaar heen schreeuwen.


 

U heeft (3292749210990) nieuwe berichten.

img_20161219_214910
“Wanneer de schermen zwijgen”.

Op aarde is afstand geen afstand meer.
Vroeger moest je wachten op een brief, of een duur telegram versturen.
En later duur telefoneren.

Ik bel vanuit Moskou vrienden en familie in welk land ook alsof ik op de hoek sta.

In ‘The Selfish Gene’ beschrijft Richard Dawkins hoe een astronaut die op Mars zou zijn, gewend zou moeten raken aan het feit dat directe conversatie onmogelijk is. Het kost radiogolven vier minuten om van aarde tot Mars te komen. Daardoor ziet de astronaut zich gedwongen om te praten in monologen waar zijn gesprekspartner niet direct op kan reageren. Als een gesproken brief [Richard Dawkins – ‘The selfish gene’ (1976, E-book version), 53].

De walvis zingt zijn lied

De zee heeft ook de potentie voor communicatie op lange afstand. Het lied van een walvis zou overal ter wereld onder water te horen moeten kunnen zijn mits de walvis op de juiste diepte zwemt. Het zou ongeveer twee uur kosten voordat zo’n bericht de Atlantische Oceaan heeft doorkruisd en er een antwoord is gekomen. Volgens Dawkins zou dit een verklaring kunnen zijn waarom sommige walvissen een monoloog in de vorm van een acht minuten durend lied ten gehore brengen, wat ze vervolgens herhalen [ibid].

In mijn hoofd klinkt dat heel eenzaam. Kan zo’n walvis een gesprek voeren? Of kunnen ze enkel om de beurt een treurig lied opsturen, als twee door tijd en ruimte gescheiden dichters?

Maar dat is omdat ik een mens ben.
Mensen kletsen graag. En krijgen een warm gevoel vanbinnen van een goed gesprek. Maar dat is typisch menselijk.

“[…] the species that is peculiar, from an ethological and biological viewpoint, is our own, and one can easily imagine that a scientist of a different species might be most powerfully struck by the unceasing chatter of humans, and our seemingly uncontrollable urge, even as children, to express our thoughts to one another. Our human Mitteilungsbedürfnis is bizarre, and we have to look quite hard to find systems in other animals that are even remotely comparable.” [w. Tecumseh Fitch – ‘The evolution of language’ (2010), 148]

Het is niet waarschijnlijk dat walvissen aan dezelfde dwangneurose lijden.

Mensen zijn een beetje rare beesten omdat ze zowel monologen als dialogen beheersen. We kunnen lange brieven schrijven en nadenken over een antwoord op zo’n brief, maar we kunnen evengoed direct antwoorden op korte berichten. Het voordeel van een monoloog, zeker wanneer die geschreven is, is dat je bedenktijd hebt. Je kunt meerdere keren en met een andere blik kijken naar wat je zegt nog voor je het gezegd hebt, en preventief woorden inslikken.

Berichtenstorm

Wie ook waar de voorkeur aan geeft, het internet werkt als een enorme versterker van die aangeboren afwijking om gedachten te willen uitdrukken. Of het nu is in korte berichten die in onophoudelijke stromen de wereld over gaan, of lappen tekst als deze die de ontelbare[lees: in theorie volstrekt telbaar, maar niet door ondergetekende want moeilijk] blogs van de wereld bevolken.

Op aarde is geen afstand meer.
Als er ergens een bomaanslag is, spettert het bloed uit je sociale media feed nog voordat het ter plaatse de grond raakt. De rampen vliegen je om de oren. En bij elke ramp is er een ander handjevol mensen dat wakker schrikt en zich realizeert dat de meeste mensen er al niet meer van opkijken. En dat dat vreselijk cynisch en tragisch is. De mensen die met pathetische jpegs bidden voor Syrië liggen op hun beurt niet wakker van een aardbeving op Haïti. Dat is ook menselijk. Onze hersenen filteren alles wat binnenkomt, omdat ze het niet aan zouden kunnen om letterlijk alles te verwerken wat op ons afkomt. Onbewust maken we altijd dergelijke selecties. Erger nog, onze hersenen gaan vervolgens op basis van deze halve informatie een coherent beeld creëren van de situatie. Onze hersenen vullen als het ware zelf de gaten in. En maken er hun eigen verhaal van. Daarom zijn ooggetuigenverslagen nooit identiek, ook al doet iedereen zijn best zo goed mogelijk “de waarheid” te vertellen. Niet iedereen vallen dezelfde dingen op.

E-mails door de brievenbus

De menselijke hersenen zijn ongelofelijk sterk in het snel en efficiënt verwerken van informatie. Maar ik vraag me soms een beetje af in hoeverre ze zijn toegerust voor de 21e eeuw. We hebben weliswaar het internet om onze aandrang dingen te delen te versterken, maar de ontvangst gebeurt nog altijd analoog. Alsof alles wat op het internet gezegd wordt geprint wordt en vervolgens bij iedereen door de brievenbus wordt gestampt in een niet-aflatende poststroom.

Reageren op alles wat binnenkomt is onmogelijk. Mensen weten steeds meer, en zien steeds meer gruwel van dichtbij. Het lijkt of ze er steeds minder door gealarmeerd raken. Alsof de spiegelneuronen die ervoor zorgen dat we ons kunnen inleven in anderen langzaamaan een dikke huid ontwikkelen om niet stuk te gaan.

Selecteren en selectie manipuleren

Maar in wezen redt selectiviteit ons van oververhitting of afstomping. De één wordt meer geraakt dan de ander door een bepaalde ramp. Fysiek is het onmogelijk om op letterlijk al het vreselijks wat er gebeurt in de wereld met gepaste afschuw te reageren. Je moet kiezen. Of althans, je hersenen doen dat voor je. Ik wou zeggen dat het meest zinloze wat je kunt doen is ruzie zoeken over de selectie die de hersenen maken. Maar aan de andere kant kan het heel effectief en terecht zijn om opschudding te veroorzaken over een gebrek aan opschudding – omdat dit juist bij sommige mensen hun empathie kan activeren. En soms is dat nodig.

Net als het soms nodig is je te realizeren wat je hersenen bekokstoven terwijl je in de waan bent dat je de waarheid in pacht hebt.

WOW 8.12.2016

img_20161209_004355
Aquaaerobika at WOW

Het is al ruim een jaar geleden dat ik een keer op Moscow Fashion Week belandde en daar stukjes over schreef (1, 2). In veel opzichten is Fashion Week heel saai. Veel wachten, veel mensen die er allemaal hetzelfde uitzien. Met allemaal dezelfde zwarte hoedjes en zonnebrillen, en op precies dezelfde manier hun jas over hun schouders geslagen. Waardoor de eerste rij er uitziet als een rij kraaien op een tak. Met telefoons in hun klauwen. De meeste mensen kijken niet naar de show met hun ogen, maar met hun iphone. Wanneer het licht uitgaat voordat de show begint, zie je tegenover je een zee van gezichten die door hun telefoonscherm met een blauwe gloed vanonder belicht worden.

En veel saaie ontwerpers ook.

Per toeval belandde ik deze week bij een fashion evenement in het architectuur museum, waar twaalf kunstenaars en designers een collectie lieten zien. In een aantal lege zalen achter elkaar. Met houten vloeren, hoge plafonds en enorme kroonluchters. De doorgangen van de ene naar de andere zaal waren de catwalk, waarover op hoog tempo de collecties werden afgevuurd zonder pauze. Van het couturesque tot het totaal conceptuele. Niet alle collecties waren even sterk. Hoe zijn er überhaupt nog mensen die niet zijn uitgekeken op ironische plastic punkparodieën in My Little Pony kleuren. Al zijn ze soms nog zo visueel effectief.

Na de show vertelde een uitgelaten curator dat het idee voor het hele evenement iets meer dan een maand geleden pas was geboren onder vrienden, en ze sindsdien 24/7 hebben gewerkt met vrijwilligers om het op touw te zetten. Doordat het strict genomen geen puur mode evenement was, was het publiek een stuk enthousiaster en minder verveeld. Wat fijn is. Met name de collecties van Evgeniya Barkova en Kirill Mintsev waren tot in de puntjes uitgedacht. Met modellen die net op hun tenen liepen als ballerina’s in een muziekdoosje. Of die zwalkten over de catwalk als een dronken tiener die intussen een sigaret uit een sigarettenpijpje rookt (een echte, in het museum). En de levende sculpturen van curator Roman Ermakov blijven indruk maken, al heb je ze al eerder gezien, vooral door de manier waarop zijn modellen in de pakken bewegen.

De show werd afgesloten door Aquaaerobika van Sasha Frolova. Waarvan ik eigenlijk niet precies weet wat het is. Het komt er op neer dat een groep mensen in latex pakken met enorme opblaasbare pruiken danst en zingt op een hysterische maat. In andere woorden: Wow (zie World of Lola voor hoge resolutie foto’s en een verslag, en de Facebookpagina van WOW voor meer beeldmateriaal).


 

 

 

Iraans meisje

Een leerlinge van mij is een tienjarige etnische Iraanse uit Samarkand (Oezbekistan). De geschiedenis van wat men ook wel Centraal-Aziatische Iraniërs noemt is behoorlijk interessant, helaas heeft alleen de Russische Wikipedia er wat over te zeggen. Mijn leerlinge belde na de les haar moeder om te zeggen dat ze opgehaald kon worden. Er volgde een levendige discussie via de telefoon. Daarna zei ze tegen mij: “Jammer, het is niet gelukt om m’n moeder te slim af te zijn. Ik ben heel sluw en probeer altijd iedereen te slim af te zijn. Daarom noemen ze me op school ‘de vos’. Ik wilde dat mijn tante me kwam ophalen, want dan kan ik bij haar TV kijken. Bij ons thuis zit er een code op de TV.”

Het was al donker, dus ik besloot met haar buiten voor de school te wachten tot ze werd opgehaald.

“Op school word ik ook wel zwartoogje genoemd, omdat ik zulke donkere ogen heb. Ze zijn niet echt zwart, maar soms lijkt dat zo. Ik spreek vier talen: Russisch, Engels, Azerbeidzjaans, Tadjieks.. en mijn moedertaal is Iraans.”

– Dat zijn er al vijf. Zie je, je bent zelf de tel al kwijt hoeveel talen je spreekt.

Daarna liet ze me de betekenis van verschillende Iraanse woorden raden. Ik had ze vrij gauw geraden doordat ze begon met alleen maar verwantschapstermen (moeder, oma, broer, tante). Daarna dacht ze even na en keek naar iets achter mij. “Boom” raadde ik. – Nee. “School” – Ja! Hoe kan het dat u dat allemaal zo snel raadt. (Het antwoord is taalkundige superkracht.)

“Mijn moeder is net zo oud als u. Ze is getrouwd op haar zestiende. Nu is ze een alleenstaande moeder. Mijn vader mag ik niet. Ik heb hem maar één keer gezien, maar dat was genoeg. Mijn oma wilde een cadeautje voor me kopen en toen zei hij tegen haar, waarom geef je geld uit aan dat kind? Koop liever iets voor mij.”

“In Oezbekistan zijn wij eigenlijk heel rijk.

– En hier? Ook? Of kan het er wel mee door?

“Het kan er wel mee door. In Samarkand hebben we echt een enórm huis. Een echt huis, niet zoals die appartementen hier. Een echt apart huis, als op het platteland. Maar dan beter, want het is in de stad.”

 

Uiteindelijk kwam na een minuut of tien tante aanzetten.

 


 

Bij de kapper

img_20161207_114737

Nadat ik de tandarts heb overwonnen, vond ik het vandaag tijd om een andere angst onder ogen te zien: de kapper. In het Russisch heet de kapper parikmacher, oftewel pruikenmaker (een verbastering van het Duitse Perückenmacher). Dat is een beetje raar, maar elke taal heeft zo zijn woorden waarvan iedereen weet wat ermee bedoeld wordt, maar waarbij niemand ooit echt nadenkt over waar het vandaan komt. In het Nederlands heet een kapper immers ook een kapper. Terwijl de kapper tegenwoordig allang niet meer kapt. Bomen kappen we. De kapper knipt of “doet” je haar.

Ik was bang voor de kapper omdat Nederlandse kapsters bij het zien van een bos krullen direct met de schaar op je hoofd duiken om je te snoeien als een schaap, terwijl je wanhopig “alleen de puntjes” stamelt. Vervolgens gaan ze je haar lekker een potje staan föhnen met een diffuser. Als resultaat heb je een pittig, kort kapsel met krullen die alle kanten op staan alsof je een schaap van middelbare leeftijd bent dat net zijn hoef in het stopcontact heeft gestoken. Meestal maakte de kapper me nog harder aan het huilen dan de tandarts. Daarom was ik al jaren niet meer geweest. Af en toe knipte ik zelf wat dooie stukjes eraf.

Nu heb ik in de tussentijd goede ervaringen met schoonheidsbehandelingen in Rusland. De relatie met mijn waxeuse gaat met rasse schreden vooruit en ik heb een maand geleden een uitstekende pedicure gehad. Aanvankelijk was ik een beetje teleurgesteld dat er bij haarverzorging geen optie “extra glitters” bestaat. En ik maakte me een beetje zorgen over het feit dat mijn kapster een Aziatische met dik, zwart, glanzend, kaarsrecht haar was.

Maar uiteindelijk ben ik heel content. “Kort haar staat jou niet,” zei ze. Zelfs het föhnen liep goed af.