Niet liegen

Het is al een tijdje geleden dat ik iets geschreven heb. Niet dat ik het te druk had ofzo – ik had het wel druk, maar dat heb ik het altijd. Teksten verschijnen dan als een soort bijproduct van al het andere. Net als dat je op den duur altijd weer een keer naar de WC moet als je maar lang genoeg doorleeft. Maar ik hoefde gewoon niet zo nodig. Met schrijven ben ik ooit begonnen omdat ik niet kon praten.
Het is altijd makkelijker om achteraf
je gedachten te herkauwen en op papier te zetten,
dan om op het moment dat het ertoe doet, het juiste te zeggen.
En achteraf is het makkelijk, je met een pen een weg naar buiten te graven, jezelf te verklaren.
Schrijven is eigenlijk altijd een beetje liegen: eerst nadenken en dan de boel verdraaien met voorbedachten rade, jezelf goedpraten.
Je evenwicht herstellen terwijl je al op de grond ligt.

Een goede inspirationele quote maakt tenslotte
van elke kneus een goeroe.

Liever wil ik denk ik leren praten, dan mezelf een end weg te verschrijven. En deel zijn van de komedie van levende wezens, in plaats van ze in verhalen bij te zetten als personages, alsof ze niet leven (en ik dus ook niet).
Zo herschreef ik het eind van elke liefdesgeschiedenis, pagina’s vol. Of verwerken heet dat. Opschrijven waarom het allemaal zo erg niet is, en zo niet alleen moest zijn, maar zelfs beter is. En elk detail uit te wringen. Onlangs was er een geschiedenis, daar zou ik een boek over kunnen schrijven. Maar ik besloot het niet op papier uit te vechten, ik zei wat ik ervan dacht. En dat pakte een stuk beter uit dan anders.

IMG_20170503_215605
“Know you don’t get a chance to take a break this often. It isn’t stopping. I’LL WATCH YOU.” Oké is goed.

In Moskou ligt, zoals altijd, een antwoord op al je levensvragen op straat. Het is alleen de vraag of je iets met dat antwoord kunt. Intussen is het lente, er komt gestaag meer geld binnen, en ik loop vrolijk achteruit de toekomst in. Zoals the Fallouts zingen: “een bolderkar voor de deur,
met een kleine dikke chauffeur,
en dan verder geen gezeur.”