Wakker blijven

Alleen door te schrijven kan ik eerlijk zijn, maar ik kan er ook beter mee liegen. Met schrijven kon ik soms dingen verwoorden waar ik het anders niet over kan of durf te hebben. Maar daar gebruik ik het eigenlijk zelden voor. Schrijvende is het makkelijker om ergens een verhaal van te maken. Uiteindelijk gaat het niet om schrijven of spreken.

Al bijna zolang ik me kan herinneren ben ik heel gesloten.
Als mensen vragen hoe het gaat weet ik meestal niet zo goed hoe ik verder moet na “goed, hoor”.
Heel vaak doe ik alsof ik mensen niet zie terwijl ik ze allang gezien heb, zodat ik niet als eerste iets hoef te zeggen.
Maak me daar altijd druk over.
Of ik nou met vrienden ben, of gewoon iets moet vragen of zeggen in de supermarkt of waar dan ook. Met onbekenden is het vanzelfsprekend erger, maar zelfs in de meest ontspannen of onbeduidende situaties zit me vanalles in de weg.
Er zijn weinig tot geen sociale situaties waar ik me niet niet op mijn gemak voel.
Heel ongemakkelijk.

De meeste mensen zijn er denk ik aan gewend dat ik zo ben.
Al zit ik eigenlijk niet echt zo in elkaar.

In de afgelopen jaren heb ik niet de beste keuzes gemaakt.
Mensen die ik minder vaak zie vragen zich vaak af of ik eigenlijk relaties heb gehad sinds die ene keer dat ik een lange relatie had, en of ik date.
Heb ik wel gehad en gedaan. Maar ben er niet zo goed in. Wat voornamelijk te maken heeft met die geslotenheid. Wil altijd wegkruipen.

Ver weg wonen is dan handig.
Dan kun je makkelijker doen alsof, of in het midden laten hoe of wat.
Wilde dat voor mezelf ook eigenlijk niet toegeven.
Sinds ik aan de universiteit begon was ik voor mezelf heel hard aan het werk om dingen goed te doen nadat ik zo ongeveer mijn hele puberteit vergooid heb aan depressie en verveling.
Iets van mijn leven maken, een beetje worden zoals iedereen.
Doen alsof alles wat daarvoor gebeurd was klaar was op het moment dat ík zei dat het klaar was.
Opnieuw beginnen, en opnieuw, en opnieuw.
Maar uiteindelijk heb ik er lang niet alles uitgehaald.
En heb ik vooral geleerd om mezelf iets gewiekster voor de gek te houden, terwijl ik de onderliggende problemen nooit echt heb aangepakt.
Het leven is minder saai geworden, dat wel. Maar heb onderweg een heleboel stomme en onaardige dingen gedaan die ik mezelf en anderen had kunnen besparen met een beetje eerlijkheid.

De meeste mensen doen hetzelfde in een bepaalde mate. (Niet mijn woorden.) Iedereen is subjectief over zijn eigen rol in dingen, en is zich niet altijd bewust van bepaalde gedragspatronen.

In mijn geval is niet praten over dingen en zwijgen (wat niet altijd op hetzelfde neerkomt) al heel lang iets waar ik vanaf wil. Met de jaren heb ik geleerd om minder te zwijgen, maar meer praten over dingen zit er nog steeds niet echt in. Daarom steekt ook het zwijgen nog regelmatig de kop op. Omdat dat mijn standaard uitvlucht is.

 

Ik heb dat afgeleerd zoals sommige mensen het roken afleren. In weinig veeleisende situaties gaat het prima, maar op feestjes en in moeilijke tijden lijkt het wederom onmogelijk dat ik er ooit echt vanaf kom.

 

Dat heeft niet alleen effect op wat ik wel of niet vertel aan mensen. Het beïnvloedt me voortdurend dat ik me nooit echt een houding weet te geven, altijd aarzel, en bij twijfel stil blijf staan. Dat staat me ook in de weg bij de dingen die ik graag doe, zoals leren, en schrijven.

Dit besef kwam me uiteraard niet op een dag aanwaaien.
Ik werd met mijn neus op de feiten gedrukt door iemand die ik ermee kwetste.
Dat alleen zou genoeg moeten zijn, maar dan nog ging het niet echt van harte.

Ome Gurdjieff heeft hier allerlei goede oneliners voor. (Maar net als met alle andere tegeltjeswijsheden, begrijp je ze pas als je ze al begrijpt.)
Dat de mens slaapt en zichzelf niet kent. Dat hij continu is onderworpen aan zijn emoties en indrukken van het moment, maar dat hij alsnog in de waan is dat hij een bepaald individu is dat zich bewust is van wat er in en om hem gebeurt. Maar eigenlijk is hij zich niet echt bewust. Hij reageert automatisch op dingen waar hij mee geconfronteerd wordt, als een (zij het heel ingewikkelde) machine. Alleen een schok, een zeldzaam moment van concentratie kan hem uit die waan halen, en dan vaak maar voor even.

 

De belangrijkste reden om te schrijven is herinneren.

Zodat als je tijdens het schrijven liegt, je dat bij het teruglezen inziet.
Zodat je je ongemakkelijke vroegere zelf niet voor je eigen gemoedsrust kunt reduceren tot een stereotype van een beetje moeilijke puber. En achteraf niet kunt zeggen dat het toen allemaal wel meeviel, omdat je pagina’s vol hebt geschreven die verveling en wanhoop blijven regenen terwijl je leest.

Of andersom.

Zodat als het dagelijks leven je afleidt, en goedbedoelde adviezen over dat je geen slecht mens bent en iedereen fouten maakt je hebben lamgeslagen, je iets hebt om op terug te vallen, wat tegen je zegt, luister, iedereen maakt fouten inderdaad, maar dat doet verder niets af aan het feit dat jij in dit geval structureel fouten hebt gemaakt waarmee je iemand anders en jezelf schade hebt berokkend, en wat je in de toekomst wil voorkomen.

Je mag je best slecht voelen over dingen, als dat je bij de les houdt en geen jankfestijn wordt.

Advertisements

Jarig zijn

Op 13 maart ben ik jarig.

DSC_0773.JPG
Hier is een totaal ongerelateerde foto van hoe ik vorige week tijdens Internationale Vrouwendag (een nationale feestdag in Rusland) op bezoek ging bij mijn vriendin Ksenia in Atkarsk in de Oblast Saratov.

Voor de meeste mensen verberg ik dat (lees: op Facebook is mijn geboortedatum verborgen). Ik word 29, zit al bijna tien jaar op Facebook, en begrijp nog steeds de vreugde en etiquette van de Facebookfelicitatie niet. Moet je elke vage kennis die een bericht achterlaat terugfeliciteren? Maar wat als je toevallig op die dag niet op Facebook bent geweest, of gewoon niet gezien hebt dat diegene jarig is? Krijg je dan een kruisje achter je naam? Houden mensen dat bij? Of gaat het puur om de zee van felicitaties die je krijgt? Kwantiteit in plaats van kwaliteit? Dat al je bekenden op de dag van je verjaardag een half uur door ludieke felicitatieplaatjes heen moeten scrollen voor ze andere berichten te zien krijgen. Zodat ze al die liefde in hun vingers kunnen voelen.

Ik feliciteer eigenlijk alleen mensen van wie ik de verjaardag en het telefoonnummer weet. Maar ik heb ook een nicht die op dezelfde dag jarig is, en die feliciteer ik dan wel weer, want ik heb haar telefoonnummer niet. En anders vind ik het ook gek. Maar verder feliciteer ik geen van mijn neven en nichten (de helft heb ik eigenlijk niet eens op Facebook, en ik heb van niemand het telefoonnummer), wat ook nogal inconsequent en onaardig is misschien. Misschien is het tijd om, tegen de tijd dat ik een keer dertig word, een ouderwets adresboek aan te leggen, en een verjaardagskalender op de deur van het toilet.

Verder is het lekker rustig als alleen (een deel van) je vrienden en naaste familie je verjaardag weten. Ik woon ook al jaren ver weg van een deel van de mensen die ik zou uitnodigen. Dus meestal heb ik een rustige verjaardag met één of twee gasten met wie ik ga eten en drinken. En eigenlijk moet ik daar vaak zelfs nog min of meer toe gedwongen worden. En zo heb ik het graag. Zo werd ik twee jaar geleden uit huis gesleept door mijn vriendin Ksenia. Ik kreeg een bos lilapaarse tulpen die ze van een oud vrouwtje bij de metro had gekocht, en we aten sushi en dronken White Russians in een “discount bar” voor altopubers. Eigenlijk wilden we naar het park, maar de hele dag woedde er een soort natte sneeuwstorm. Ah, lente. Dat was een topverjaardag. Of het jaar daarvoor, toen Christina met mijn verjaardag naar Rusland kwam. We gingen met de nachttrein van Moskou naar Sint-Petersburg en vanaf 12 uur ‘s nachts begon Christina consequent overal het woord verjaardags- voor te plakken om te onderstrepen dat die dag een speciale dag was, waarop alles, van het bier dat we op elke andere dag ook zouden drinken tot een extra servetje of een bezoek aan het toilet speciaal in het teken stonden van mijn verjaardag. Ik hou niet van cadeaus. Helemaal niet meer sinds mijn woonoppervlakte de helft van ongeveer twaalf vierkante meter is. En ik er altijd rekening mee moet houden dat ik op den duur ook weg moet hier, en mijn bezittingen dan niet méér plek in kunnen nemen dan de toegestane ruimbagage.

Cadeautjes zouden ook niet de hoofdattractie moeten zijn, tenzij je een klein kind bent. Het idee van een verjaardag vind ik toch, dat de mensen die blij zijn dat je nog een extra jaar in leven bent gebleven, je laten weten dat ze blij zijn dat je nog een extra jaar in leven bent gebleven. En hopen dat het ook niet de laatste was. Het zou geen plichtmatige bijeenkomst moeten zijn die feitelijk over hele andere dingen gaat dan het feit dat de jarige jarig is. Waarbij de gastheer of gastvrouw al een week of langer zich zit op te winden over organisatorische vraagstukken. Waarbij familieleden of kennissen wie het voortleven van deze of gene eigenlijk vrij koud laat plichtmatig hun hapjes wegkauwen, en hun borrel nerveus weg zitten te werken terwijl ze overdenken hoe lang ze nog moeten blijven zitten om voor beleefd te kunnen doorgaan. En waar sommige andere mensen die oprecht blij zijn dat de jarige jarig is niet worden uitgenodigd vanwege een stel kleinzerige nietjarige aanwezigen. Of waar een score bijgehouden wordt wie er op komt dagen en wie er feliciteert. Verjaardagen moeten blij zijn voor de jarige.

Vandaag is mijn nichtje één geworden. En dat is natuurlijk een veel blijere aangelegenheid dan het feit dat ik morgen op de 30 afsteven. Als iemand me wil feliciteren met vandaag of morgen, ga dan maar gewoon een borrel daarop drinken. Of gun jezelf een keer iets lekkers wat eigenlijk te duur is, en waar je normaal gezien niet zomaar geld aan zou besteden. Of geef geld aan een goed doel ofzo. Dan ben ik een blije jarige, ondanks mijn leeftijd.

Sudden death

In Rusland lijdt je niet zomaar onder deadlines.

Zoals de alledaagse druk van deadlines die altijd sneller dichterbij komen dan je had ingeschat. Of waarvan je wel weet dat ze aan het naderen zijn, maar waar je je voor het gemak pas druk om gaat maken op het moment dat ze op het punt staan je te verpletteren als een naderende trein.

In Rusland zie je de helft van de deadlines überhaupt niet aankomen. Het maakt niet uit of je het gevoel had dat je alles onder controle had, of juist alsof je al halverwege aan het verdrinken was in werk dat niet afkomt. Vroeg of laat komt er weer een of andere totaal onverwachte deadline uit een hoek gekropen, of doodleuk uit de lucht vallen.

a-wild-deadline-appeared-oh-fuck.jpg

Hm, je hebt het druk met een presentatie voorbereiden voor een conferentie? Jammer, je moet nu met spoed naar het ziekenhuis om een bewijs te krijgen dat je geen infectieziektes hebt. Want de leiding van de dorm heeft na twee jaar in de gaten dat ze niet zo’n bewijs van je hebben. Na twee jaar. Ze hebben er ook nooit om gevraagd, maar sinds ze ontdekt hebben dat ze het hadden moeten hebben, is er haast bij en komen ze elke dag bij je op de deur kloppen.

Of die stukken die je af moest hebben tegen het einde van je opleiding? We hebben eens een natte vinger in de lucht gestoken en de vorst zegt dat je die nu aan het eind van deze maand af moet hebben, in plaats van ergens in de zomer zoals we drie weken geleden hadden bedacht.

Heb je daar enig cognitief voordeel van? Dat je naast rennen voor deadlines ook nog voor ze moet springen, duiken en salto’s maken? Niet echt, denk ik.

Je springt een tijdje hoog en laag om uiteindelijk je opdrachten “niet al te extreem laat” in te leveren, omdat op tijd inleveren je menselijke capaciteiten ruimschoots te boven gaat. En dat is het. Russische deadlines zijn heel rekbaar. Daarom moeten ze je altijd een beetje wakker houden met onverwachtse manoeuvres, omdat anders niemand bang voor ze is. Zo werd er een maand lang bijna elke dag op mijn deur geklopt voor mijn bewijs van afwezigheid van infectieziektes. Een maand lang kloppen zonder consequenties. Als ik stoïcijnser was geweest had ik het waarschijnlijk nog tot aan mijn verdediging volgend jaar kunnen uitzingen met smoesjes, en me 1000 roebel kunnen besparen. Ik bedoel, als ik hier al twee jaar zou wonen met allerlei infectieziektes had iedereen intussen toch al jeuk, nietwaar?

Op het moment dat het deadlines regent doe ik hetzelfde als wanneer het gewoon water uit de hemel regent: me afschermen in plaats van te rennen of me te verschuilen. Ik was altijd een beetje sceptisch over de rustgevende kwaliteiten van muziek. Maar Depeche Mode werkt uitstekend. Als een paraplu tegen de existentiële angst voor de definitiviteit van deadlines die in mijn DNA geborduurd staat van een leven lang in Nederland. Een soort sexy jaren tachtig paraplu.

Gisteren sprak ik aan de telefoon met een Dagestaanse vriendin van tegen de veertig. Die zei dat tegen de tijd dat ik mijn dissertatie verdedigd heb (in oktober volgend jaar), het wel een keer tijd is dat ik zwanger ben ook. Maar wie weet is tegen die tijd wel gebleken dat ik te weinig heb gepubliceerd, en is er van verdediging al geen sprake. En hoef ik ook nog geen kind te baren. Dan sla ik drie deadlines in één klap.

Depeche Mode. Het antwoord op alles is Depeche Mode.

Naar een theorie van de flirt

Decor is belangrijk.

Een zonnige herfstdag is altijd beter dan een regenachtige.

Zelfs als je binnen zit te huilen.

Als je haarprocedure 5000 roebel kost (≈ 72 euro) – ook al heb je er maar 1000 (≈ 14 euro) voor betaald via een groupon – maar je tijdens de vele fasen van de keratinebehandeling tegen een scheef geplaatst systeemplafond met gaten zit te kijken, dan voel je je alsnog geen prinses. Of ook maar een celebrity housewife.

Mijn Dagestanen hebben dat ook goed door.

In hun huis blinkt alles, zelfs de plinten en het behang, en niets ervan is goud.

Dat je weinig geld hebt wil immers niet zeggen dat je in een klein huis zonder kroonluchters moet wonen.

Onlangs ben ik in mijn vrije tijd begonnen met het vertalen van verhalen van Nadezjda Teffi (1872-1952), een Russische schrijfster die na de Oktoberrevolutie Rusland verliet (haar memoires over die tijd zijn niet zo lang geleden naar het Nederlands vertaald). Bij wijze van hobby. En omdat er weinig van Teffi vertaald is naar het Nederlands. In Rusland moet ze in de regel ook het onderspit delven voor meer melodramatische personages die achterbleven, zoals Anna Achmatova.

Teffi’s verhalen zijn heel grappig. Aan de ene kant schetsen ze een tijdsbeeld, aan de andere kant beschrijven ze universele menselijke achterlijkheden, satirisch maar met medeleven. Het verhaal “Naar een theorie van de flirt” gaat over de ongeschreven regels van de romantiek. En beschrijft de (fin de siècle-) mens als een diersoort met hele specifieke gewoontes. De tijd en de gewoontes veranderen, maar de mens blijft een zoogdier.

Hoe zeer men door de eeuwen heen de liefde en de romantiek ook romantiseert als iets ondoorgrondelijks, elke tijd heeft zijn ongeschreven regels over hoe mensen zich moeten gedragen in dergelijke situaties. Dat is niet beperkt tot vroeger tijden, toen niets hardop gezegd mocht worden. En vooral in de romantiek is decor van cruciaal belang. Je gaat alleen naar een koffiebar met felle verlichting als je het wil uitmaken zonder tranen. En als je op iemand moet wachten, doe je het beste net alsof je helemaal niet aan het wachten bent, in plaats van als een gretig stokstaartje met uitgestoken nek om je heen te kijken.

Ik heb bijvoorbeeld altijd een boek bij me. Zodat ik, als mijn te laat arriverende afspraak komt opdagen, kan doen alsof die hele afspraak geheel onverwachts plots tussen mij en mijn quality leestijd in komt, en ik überhaupt niet in de gaten had dat het al zo laat was. Je kan natuurlijk ook gewoon een potje op je telefoon gaan kijken, maar dan loop je altijd het gevaar dat degene op wie je wacht denkt dat je uit verveling van het lange wachten een potje candy crush zit te spelen, of door instagram zit te bladeren, wat in mijn ogen niet het begin van een gezellige avond is. Maar ik ben uiteraard ook gewoon oud.

(Voor degenen die Russisch lezen is het origineel hier te lezen. Op -of aanmerkingen zijn zeer welkom – (literatuur) vertalen is nooit mijn sterkste kant geweest.

 

Naar een theorie van de flirt

Nadezjda Teffi (1910)

 

De zogenaamde “flirt van het laagseizoen” begint zoals gewoonlijk – en zoals iedereen zou moeten weten – in het begin van juni, en duurt tot midden augustus. Soms (heel zelden) omvat hij de eerste dagen van september.

De voornaamste arena van de “flirt van het laagseizoen” is de Zomertuin.

Men wandelt over de zijweggetjes. De grote laan is enkel voor de eerste en tweede rendez-vous acceptabel. Om daarna nog van hem gebruik te maken is tactloos.

“Zij” dient nooit als eerste te arriveren op een rendez-vous. Mocht dit per ongeluk toch gebeuren, dan is het zaak dat zij zich zo snel mogelijk uit de voeten maakt of zich ergens verstopt.

Zorg dat je nooit zo in een rechte lijn op de afgesproken plaats af loopt zodat de wachtende al vanuit de verte je figuur kan zien. In de meerderheid van de gevallen is dat uiterst onvoordelig. Wie heeft immers zijn manier van lopen geheel in de hand? Of allerlei kleine toevalligheden, zoals een waggelende peuter die in volle vaart met zijn hoofd tegen je knie op botst, of die zijn bal in je hoed doet belanden? Wie blijft daarvan gevrijwaard?

En zelfs als alles voorspoedig gaat, probeer dan maar eens een stap of hondervijftig te verzetten en tegelijkertijd alle regels van de gratie na te leven en je lichtheid, verfijndheid en bescheidenheid te bewaren. En je ingetogenheid, je elegantie en eenvoudigheid. De zittende heeft het een stuk makkelijker.

Als het een man is, dan leest hij een krant of “rookt nerveus de ene na de andere sigaret”.

Is het een vrouw, dan tekent zij in gedachten verzonken in het zand met haar parasol, of kijkt zij met verdrietig gebogen hoofd hoe de zon ondergaat. Één voor één de blaadjes van een bloem uittrekken is ook lang niet verkeerd.

Bloemen zijn altijd in de buurt van de tuin te koop tegen dezelfde prijs, maar je mag dit nooit toegeven. Je moet doen alsof ze van een zeer geheimzinnige herkomst zijn.

Als je al veel te overduidelijk geeuwt, dan kun je uiteraard gegeneerd en vluchtig glimlachend zeggen dat het van de zenuwen was.

Een dame dient dus nooit als eerste te komen, tenzij ze een scène van jaloezie wil schoppen. In zo’n geval is dat niet alleen toegestaan, maar verandert het zelfs in een vereiste.

– Ik wilde al weg gaan..
– Mijn God! Maar waarom dan toch?
– Ik heb bijna een half uur op u gewacht.
– Maar we hadden afgesproken om drie uur, en het is slechts vijf voor…
– Uiteraard, u heeft altijd gelijk…
– Maar de klok…
– De klok heeft hier niets mee te maken…

Dat is een uitstekende inleiding die een ieder kan worden aangeraden in soortgelijke situaties. Vanaf hier is het allemaal een stuk gemakkelijker. Je zegt gewoon:

– Ach ja.. trouwens, ik wou vragen wie die ene dame was.. etcetera.

Dat komt heel goed uit de verf.

Nog een belangrijke opmerking: jaloerse scènes worden altijd geschopt in de Tauride tuin. In geen geval in de Zomertuin. Waarom? Weet ik het – daarom! Zo hoort dat nu eenmaal. Dat is niet met ons begonnen, en zal ook niet eindigen met ons.

En daarbij, probeer het maar eens in de Zomertuin! Daar komt niets van terecht.

De Tauride tuin is er speciaal voor aangelegd. Daar zijn treurige paadjes, en stille vijvers (“Ik wil alleen maar met rust gelaten worden!..”) en uitzicht op het parlementsgebouw (“… en ik had nog zulke hoop!..”).

Ja, iets beters dan de Tauride tuin hebben ze daarvoor nog niet uitgevonden.

Het enige nadeel is dat je in de Tauride tuin  altijd enorm slaperig wordt. Voor een wilde scène is dat geen passende omstandigheid, maar voor een melancholische is het juist uitstekend.

Als het je lukt om totaal onopgemerkt te geeuwen, kun je daarna je “verdwaasde ogen, vol tranen” opslaan naar “hem” of “haar” en diegene vol verwijt aankijken.

Als je al veel te overduidelijk geeuwt, dan kun je uiteraard gegeneerd en vluchtig glimlachend zeggen dat het van de zenuwen was.

In het algemeen is het de flirtende aangeraden om de meest onesthetische aspecten van zijn doen het stempel “van de zenuwen” mee te geven. Dat veredelt altijd enorm.

Stel je voor dat je snipverkouden bent en niets als een zeeleeuw. Genies wordt altijd op de een of andere manier gezien als iets verschrikkelijk komisch, nietwaar. Zelfs de niesende begint vaak gegeneerd te glimlachen alsof hij wil zeggen: “Zie je, ik lach, ik snap dat dit heel grappig is, en ik eis helemaal geen respect voor mijn handelen!”

Voor een flirt is niezen dodelijk. Maar hier kan het bijtijds uitroepen: “Ach, dat is van de zenuwen,” je redden.

Een vaas, de dood, eeuwigheid, stervende liefde. En jij, in een halve draai, met je hoed in het juiste perspectief…

In sommige gevallen waar het een zeer intensieve flirt betreft, kan zelfs een tandabces afgedaan worden als een nerveuze aandoening. En men zal je geloven. Een gewetensvolle flirter gelooft je zonder aarzelen.

Het beëindigen van een flirt in het laagseizoen kan op twee manieren. Het kan in de Zomertuin of in de Tauride tuin. In de Zomertuin is eenvoudiger en geraffineerder. In de Tauride tuin is het aan de andere kant slepender, maar effectiever. Je kunt wat huilen, en “je ogen vervuld van tranen opslaan”.

Bij een afscheid in de Zomertuin is het aan te raden om bij een vaas te blijven staan, je om te draaien en nog een laatste treurige blik te werpen op de gekoesterde laan. Dat komt zeer goed uit de verf. Een vaas, de dood, eeuwigheid, stervende liefde. En jij, in een halve draai, met je hoed in het juiste perspectief… Zo’n moment zal niet snel vergeten worden. Daarna draai je je om richting de uitgang en verdwijn je in de massa.

Maar wat je ook doet, ga in hemelsnaam niet staan afdingen met de koetsier. Denk erom dat je nagekeken wordt. Het is beter om met neergeslagen ogen over de kettingbrug te gaan (ach, hij wierp ook zo zijn zoete ketens neer!..). Loop zonder omkijken tot aan Panteleymonovskaya. Daar kun je dan chocola kopen om een stuk af te snoepen.

Ik acht het noodzakelijk om ter informatie van de heren flirters hieraan toe te voegen, dat het volledig uit de mode is om bij elke ontmoeting te zeggen:

– Ach! Bent u dat?

Iedereen heeft inmiddels wel door dat als je afgesproken hebt om elkaar te ontmoeten, er niets verbazingwekkends is aan het feit dat diegene op de aangewezen tijd op de aangewezen plek verschijnt.

Buiten dat, als je in het heetst van de flirt onverwachts een oude bekende tegenkomt, dan is het absoluut niet noodzakelijk om uit te roepen:
– Ach! Vandaag is een dag van onverwachtse ontmoetingen. Ik kwam net toevallig .. (hier de naam van de medeflirteraar) tegen, en nu zie ik jou hier!

Ooit was dat heel gewiekst en subtiel, maar dat is inmiddels achterhaald.
Tegenwoordig is dat ouderwets en dwaas.

Niet liegen

Het is al een tijdje geleden dat ik iets geschreven heb. Niet dat ik het te druk had ofzo – ik had het wel druk, maar dat heb ik het altijd. Teksten verschijnen dan als een soort bijproduct van al het andere. Net als dat je op den duur altijd weer een keer naar de WC moet als je maar lang genoeg doorleeft. Maar ik hoefde gewoon niet zo nodig. Met schrijven ben ik ooit begonnen omdat ik niet kon praten.
Het is altijd makkelijker om achteraf
je gedachten te herkauwen en op papier te zetten,
dan om op het moment dat het ertoe doet, het juiste te zeggen.
En achteraf is het makkelijk, je met een pen een weg naar buiten te graven, jezelf te verklaren.
Schrijven is eigenlijk altijd een beetje liegen: eerst nadenken en dan de boel verdraaien met voorbedachten rade, jezelf goedpraten.
Je evenwicht herstellen terwijl je al op de grond ligt.

Een goede inspirationele quote maakt tenslotte
van elke kneus een goeroe.

Liever wil ik denk ik leren praten, dan mezelf een end weg te verschrijven. En deel zijn van de komedie van levende wezens, in plaats van ze in verhalen bij te zetten als personages, alsof ze niet leven (en ik dus ook niet).
Zo herschreef ik het eind van elke liefdesgeschiedenis, pagina’s vol. Of verwerken heet dat. Opschrijven waarom het allemaal zo erg niet is, en zo niet alleen moest zijn, maar zelfs beter is. En elk detail uit te wringen. Onlangs was er een geschiedenis, daar zou ik een boek over kunnen schrijven. Maar ik besloot het niet op papier uit te vechten, ik zei wat ik ervan dacht. En dat pakte een stuk beter uit dan anders.

IMG_20170503_215605
“Know you don’t get a chance to take a break this often. It isn’t stopping. I’LL WATCH YOU.” Oké is goed.

In Moskou ligt, zoals altijd, een antwoord op al je levensvragen op straat. Het is alleen de vraag of je iets met dat antwoord kunt. Intussen is het lente, er komt gestaag meer geld binnen, en ik loop vrolijk achteruit de toekomst in. Zoals the Fallouts zingen: “een bolderkar voor de deur,
met een kleine dikke chauffeur,
en dan verder geen gezeur.”

Over ome Majakovskij

IMG_20170311_003308.jpg
Het Triomfplein in 2017.

Iets minder dan vijf jaar geleden was ik voor het eerst in Moskou met Christina en Eva. We bezochten het standbeeld van de dichter Majakovskij op het Triomfplein. Dat was destijds niet zo heel triomfantelijk. Majakovskij was omringd door een soort braakliggend terrein met hoog gras en uitgebloeide paardenbloemen, afgezet met ijzeren hekken. Links en rechts raasden er auto’s voorbij. Eigenlijk ligt het plein op het kruispunt van twee enorme veelbaanswegen. Hoe ik het me herinner dronken we daar bier uit blik. En zo zag het er toen ongeveer uit op iphone foto’s van slechte kwaliteit:

Drinken op straat was destijds nog niet zo’n probleem. Tegenwoordig moet je het verstoppen in een plastic zakje, en kun je ook bier niet meer kopen na 11 uur ‘s avonds, net als alle andere alcoholische dranken. Destijds was bier nog geen alcohol voor de wet. Als we ver moesten lopen in Sint Petersburg kochten we wel eens een BVO’tje, een biertje voor onderweg. Ergens is het vast goed dat mensen niet meer overal (en op de vreemdste tijdstippen) bier drinken op straat alsof het cola is.

Een jaar later waren we er weer. Nadat Christina en ik Siberië hadden doorkruist besloten we een bezoekje te brengen aan ome Majakovskij. Hij had intussen weer een normaal plein gekregen, met houten bankjes.

DSCN3458
In 2013. Met mij ervoor.

Gistermiddag was ik in een boekwinkel, op de kinderafdeling. Russen zijn heel goed in boeken. Zowel in het maken van mooie luxe uitgaves, als het hebben van een enorm assortiment goedkope paperbacks van alles wat je maar kan wensen. Op de kinderafdeling vind je kinderversies van literaire klassiekers, en prachtig geïllustreerde dichtbundels met poëzieklassiekers speciaal voor kinderen. Ik denk dat in Nederland het pedagogische nut van poëzie vaak wordt onderschat.

DSC_1666
Op de kinderafdeling in de boekwinkel.

Tijdens mijn studie Russisch moesten we gedichten uit ons hoofd leren, net als kinderen op school hier moeten. Dat ging in onze klas gepaard met veel tegenzin, plichtverzuim en gezucht. Maar als braverik die altijd haar huiswerk deed kan ik stellen dat het heel erg van pas komt. Door een gedicht te bestuderen onthoud je woorden en zegswijzen gemakkelijker, en je leert een beetje geschiedenis en cultuur. Je onthoudt en begrijpt dingen beter doordat je je ingewikkelde thema’s eigenmaakt aan de hand van een enorme rijmende ezelsbrug. En je krijgt kudos van Russen als je klassiekers goed kunt reciteren, ook niet onbelangrijk. En een goed gedicht kan net als een goed liedje een hoop troost bieden in tijden van geestelijke nood.

IMG-20170311-WA0022.jpg
Schommelen op het Triomfplein.

Hoe dan ook, toen ik in de boekwinkel was en een geïllustreerde versie van een gedicht voor kinderen van ome Majakovskij las, bedacht ik me dat het weer eens tijd werd om hem gedag te gaan zeggen. Helemaal omdat mijn kamergenote, die al vaak in Moskou is geweest, hem nog nooit had gezien. Het Triomfplein rondom Majakovskij bleek opnieuw compleet verbouwd. Met nieuwe, modernere bankjes. En schommels. En de auto’s gaan er tegenwoordig onderdoor. Alleen Majakovskij blijft onveranderd.

Landsliefde en tanteschap

Ik vraag me af of het mogelijk is om te zeggen dat je van Rusland houdt, zonder dat het bedenkelijke politieke implicaties heeft. Net als dat het moeilijk is te zeggen dat je van Nederland houdt, zonder dat mensen de PVV meeuw horen kraaien. Ik hou van allebei, want zo ben ik.

noorderlichtoogst.png
De noorderlichtoogst.

Gisteren was het Proshonoye Voskrenye. En kwam er onder mijn raam een stoet oude vrouwtjes met gebloemde hoofddoekjes voorbij, die liedjes zongen onder begeleiding van een accordeon. Proshonoe Voskresenye is het einde van de week waarop Maslenitsa gevierd wordt, een week waarin pannekoeken gegeten worden voorafgaand aan de vasten. En de dag waarop mensen aan anderen vergeving vragen voor alles wat ze fout hebben gedaan.  Zingende oude vrouwtjes doen me altijd denken aan Noord-Rusland. Waar mensen nog in houten huisjes wonen. Met een houtkachel. En waar oude vrouwtjes op verjaardagen samenkomen en liedjes zingen. Als in een sprookje. Soms een beetje een melancholisch sprookje, maar een sprookje.

Mijn kamergenoot en ik keken die ochtend een paar van mijn favoriete Sovjettekenfilms, over Noord-Russische sprookjes waarin ijsberen op stukken permafrost rondpeddelen, pinguins sigaretten verkopen en de liedjes die mensen zingen in de vrieskou veranderen in een soort sneeuwvlokjes. Die vervolgens op de markt worden verkocht. Het communisme daar kan ik verder niet zoveel mee, maar Sovjettekenfilms zijn animatie meesterwerken. Zoals deze. En vooral ook deze, over hoe omstandigheden soms zelfs een voorbeeldige burger tot wandaden kunnen drijven.

Daarna gingen we naar het park, om te schaatsen. Maar voor de gelegenheid (feestdag) was de prijs omhoog gegaan van 450 naar 1000 roebel, zoals te lezen stond op een briefje dat voor het raam van de kassa geplakt was. En wat natuurlijk op internet niet te vinden was. Hoofdstedelijke anti-climax. Maar toch hou ik van Rusland, met zijn zingende oude vrouwtjes en stadsparken ter grootte van een gemeente. Maar ook van Nederland, waar elk moment mijn eerste nichtje geboren gaat worden. En vlak daarna de tweede in België. Hoe blijft een mens kalm in zulke situaties. Jezus.

Hoe de Belastingdienst mijn leven niet makkelijker maakte, maar wel leuker

2016-06-09_09-27-00.png
Mia Borsisavljevic – Nista licno

Een Phd doen in Rusland is een beetje een rare situatie. In tegenstelling tot in Europa, is het salaris belabberd. Of, zoals in mijn geval, nul. Je moet dus op de een of andere manier lucratief zien bij te beunen. Daarom geef ik Engelse en Nederlandse les; op een schooltje voor ongeveer vijf en halve euro per uur, en privé voor zestien. En ik corrigeer en vertaal teksten van studenten en kennissen voor bescheiden bedragen. Daarnaast schrijf ik af en toe een paar SEO teksten, om nog wat euro’s binnen te krijgen die ik opspaar voor vliegtickets. Als Nederlander zou je van zulke bedragen gaan huilen, maar mijn vaste lasten zijn erg laag (voor mijn kamer die ik deel met een kamergenoot betaal ik 20 euro per maand inclusief alles, en er is een klein sportzaaltje beneden). Het is ook een kwestie van prioriteiten.Ik kan best een kamer voor mezelf gaan huren, maar dan zit ik overal verder vandaan. En is het afgelopen met khachapuri eten. Naar de pedicure gaan. Wijn drinken. En verse groenten kopen. Zolang ik dat kan zonder dat ik bij mensen om geld moet vragen vind ik het eigenlijk wel prima.

En zoals Isaak Babel al schreef, de dikste portefeuilles zijn bestikt met tranen. Op een bepaald moment raakte ik een beetje opgeslokt in het dagelijks bestaan in Moskou, waarin mensen kromliggen om 4 à 500 euro per maand binnen te harken (een klein appartementje kost ongeveer dat – of net iets meer per maand),of zelfs nog minder. En met liefde zichzelf nog doder werken voor een paar extra kopekes. Arbeidsregelgeving bestaat hier niet echt, in de zin van, per zoveel uur zou je pauze moeten hebben. En een werkdag heeft een bepaalde lengte. Totdat ik me realizeerde dat ik om te sloven voor een minimumloon niet naar Rusland had hoeven komen. Dan had ik gerust in Nederland kunnen blijven, waar ik met al mijn geesteswetenschappendiploma’s vast binnen de kortste keren door het UWV de kas in gestuurd zou worden. Ofzo.

Daarom bedacht ik dat het een goed idee was om mijn schrijversbedrijf uit te breiden – minder werken en meer geld verdienen – en schreef me in bij de KvK. Daar verzekerden ze me dat het geen probleem was om op papier in Nederland freelance werk te doen terwijl je in Rusland woont, zolang je maar een vestigingsadres hebt. Toevallig heb ik ouders die in Nederland wonen, dus had ik ook een vestigingsadres. Het leek me een goede praktische oplossing. Tegelijkertijd besloot ik minder te gaan lesgeven.

Tot ik opeens werd gebeld door de Belastingdienst. Ik was direct in paniek, omdat ik op mijn Russische nummer werd gebeld door een Nederlands nummer. Kennelijk mag dat dus helemaal niet, en heeft de KvK me verkeerd voorgelicht toen ik er expliciet naar vroeg – je kunt als Nederlands bedrijf je werkzaamheden niet permanent in het buitenland uitvoeren. Of ja, het kan wel, je mag alleen geen BTW heffen. En zonder dat heeft een KvK-inschrijving niet bijzonder veel toegevoegde waarde. Achteraf natuurlijk heel logisch.

De grote stroom euro’s bleef dus uit. Al betwijfel ik enigszins of ik hem succesvol had aangezwengeld als ik wel een BTW-nummer had gekregen. Ik kwam er namelijk al gauw achter dat SEO schrijven weliswaar per opdracht lucratiever is dan lesgeven, het heeft dezelfde keerzijde als privéles geven – je moet continu actief op zoek naar leerlingen. Soms heb je geluk en tref je een gemotiveerde leerling die consequent 1 à 2 keer per week les wil, maar ook die zijn wel eens ziek. Of op vakantie. En dan heb je geen inkomen. Of je moet weer een nieuwe binnenslepen. En daar gaat heel veel tijd en energie in zitten. En ik ben geen verkoper. Wat in de 21e eeuw, en in het bijzonder in Nederland natuurlijk een beetje een sociale handicap is. Wie geen lucht kan bakken, krijgt geen brood op de plank. Je moet een beetje weten hoe je jezelf moet verpakken en bij wie je het moet aanbieden. En hoe. Dat is allemaal niks voor mij.

Maar daardoor ben ik dus minder gaan werken (zodat ik meer kan werken, ha) en heb ik nog minder geld. Maar het leven wordt er intussen beter op. Tegen de tijd dat ik terugkom ben ik vast niet rijk en succesvol, maar op zijn minst wijzer. Ik wil denk ik niet succesvol zijn, maar gewoon evolutionair stabiel. Of in elk geval nog niet.

Zhdun

IMG_0962.JPG
Homunculus Loxodontus – Margriet van Breevoort. Via: Beelden in Leiden.

Weten jullie wie Margriet van Breevoort is? Ik wel, net als iedereen en zijn oma in Rusland. Margriet van Breevoort is een Nederlandse kunstenares, die in 2016 de publieksprijs van Beelden in Leiden won met het kunstwerk ‘Homunculus Loxodontus’ (wat tegelijkertijd naar een insect en een olifant verwijst), en die in Rusland liefkozend Zhdun wordt genoemd, zoiets als ‘wachtende’.

Het beeld werd na de tentoonstelling aangekocht door het LUMC: “Het beeld van een aandoenlijk ogend wezen, zittend op  een bankje, krijgt een plek op de kinderafdeling van het LUMC” (via Beelden in Leiden). Op een gegeven moment plaatste een Rus (of Russin?) vanuit Nederland een foto van het standbeeld op een Russisch forum, met het bijschrift dat het LUMC volstaat met interessante kunst, en dat “dit schattige schepsel” het hoogtepunt daarvan is. Zhdun wacht rustig op zijn beurt met de andere patiënten in de wachtkamer.

Daarna werd het een soort virus. Overal memes.

pic_007275b2bef5897c77d648cac2b0097c
“Ik drukte ergens op en toen was alles weg.”
58e1713f1879e3b52895d1db03876614
“Wij wachten op verandering” samen met Viktor Tsoi.

Zhdun wacht onder andere tot Trump de sancties opheft, tot de prijzen op boodschappen dalen, en op de lente (allemaal dingen waar ik ook een beetje de hoop op heb verloren).

Fan-kunst:

16711716_10207144884860076_2536716203300492327_n

En Zhdun sightings in de Hortus:

2017-02-16_08-51-55.png

Als toppunt noemde een of andere politicoloog Zhdun ‘het’ symbool van Rusland.

Hoe dan ook, Margriet van Breevoort is een baas. Hier legt ze bijvoorbeeld uit hoe de Homunculus Loxodontus gemaakt werd. En haar andere werk is ook zeer de moeite waard.

 

 

 

Kantine

IMG_20150312_133356.jpg
Een foto uit een simpelere tijd, 2015. Toen de ontdekkingen nog bescheiden op straat lagen, in plaats van in je gezicht te schreeuwen.

Soms is het internet een vloek. Niets is meer heilig. In het metrostation Arbatskaya in het centrum van Moskou zit een kleine roze kantine. Met achter de toonbank vrouwen in schorten met zo’n wit slagershoofddeksel op hun hoofd. Een kleine roze kantine verborgen achter een nietsvermoedende deur in een zuil. Als-ie niet open is zie je niet dat-ie er zit. Mijn goede vriendin Christina en ik vonden hem een keer per ongeluk. Dat was totdat allerlei magazines hem op de lijst van verborgen pareltjes van Moskou gingen zetten. Nu hangt er een groot neon-bord boven de deur. Wat een ellende.