Naar een theorie van de flirt

Decor is belangrijk.

Een zonnige herfstdag is altijd beter dan een regenachtige.

Zelfs als je binnen zit te huilen.

Als je haarprocedure 5000 roebel kost (≈ 72 euro) – ook al heb je er maar 1000 (≈ 14 euro) voor betaald via een groupon – maar je tijdens de vele fasen van de keratinebehandeling tegen een scheef geplaatst systeemplafond met gaten zit te kijken, dan voel je je alsnog geen prinses. Of ook maar een celebrity housewife.

Mijn Dagestanen hebben dat ook goed door.

In hun huis blinkt alles, zelfs de plinten en het behang, en niets ervan is goud.

Dat je weinig geld hebt wil immers niet zeggen dat je in een klein huis zonder kroonluchters moet wonen.

Onlangs ben ik in mijn vrije tijd begonnen met het vertalen van verhalen van Nadezjda Teffi (1872-1952), een Russische schrijfster die na de Oktoberrevolutie Rusland verliet (haar memoires over die tijd zijn niet zo lang geleden naar het Nederlands vertaald). Bij wijze van hobby. En omdat er weinig van Teffi vertaald is naar het Nederlands. In Rusland moet ze in de regel ook het onderspit delven voor meer melodramatische personages die achterbleven, zoals Anna Achmatova.

Teffi’s verhalen zijn heel grappig. Aan de ene kant schetsen ze een tijdsbeeld, aan de andere kant beschrijven ze universele menselijke achterlijkheden, satirisch maar met medeleven. Het verhaal “Naar een theorie van de flirt” gaat over de ongeschreven regels van de romantiek. En beschrijft de (fin de siècle-) mens als een diersoort met hele specifieke gewoontes. De tijd en de gewoontes veranderen, maar de mens blijft een zoogdier.

Hoe zeer men door de eeuwen heen de liefde en de romantiek ook romantiseert als iets ondoorgrondelijks, elke tijd heeft zijn ongeschreven regels over hoe mensen zich moeten gedragen in dergelijke situaties. Dat is niet beperkt tot vroeger tijden, toen niets hardop gezegd mocht worden. En vooral in de romantiek is decor van cruciaal belang. Je gaat alleen naar een koffiebar met felle verlichting als je het wil uitmaken zonder tranen. En als je op iemand moet wachten, doe je het beste net alsof je helemaal niet aan het wachten bent, in plaats van als een gretig stokstaartje met uitgestoken nek om je heen te kijken.

Ik heb bijvoorbeeld altijd een boek bij me. Zodat ik, als mijn te laat arriverende afspraak komt opdagen, kan doen alsof die hele afspraak geheel onverwachts plots tussen mij en mijn quality leestijd in komt, en ik überhaupt niet in de gaten had dat het al zo laat was. Je kan natuurlijk ook gewoon een potje op je telefoon gaan kijken, maar dan loop je altijd het gevaar dat degene op wie je wacht denkt dat je uit verveling van het lange wachten een potje candy crush zit te spelen, of door instagram zit te bladeren, wat in mijn ogen niet het begin van een gezellige avond is. Maar ik ben uiteraard ook gewoon oud.

(Voor degenen die Russisch lezen is het origineel hier te lezen. Op -of aanmerkingen zijn zeer welkom – (literatuur) vertalen is nooit mijn sterkste kant geweest.

 

Naar een theorie van de flirt

Nadezjda Teffi (1910)

 

De zogenaamde “flirt van het laagseizoen” begint zoals gewoonlijk – en zoals iedereen zou moeten weten – in het begin van juni, en duurt tot midden augustus. Soms (heel zelden) omvat hij de eerste dagen van september.

De voornaamste arena van de “flirt van het laagseizoen” is de Zomertuin.

Men wandelt over de zijweggetjes. De grote laan is enkel voor de eerste en tweede rendez-vous acceptabel. Om daarna nog van hem gebruik te maken is tactloos.

“Zij” dient nooit als eerste te arriveren op een rendez-vous. Mocht dit per ongeluk toch gebeuren, dan is het zaak dat zij zich zo snel mogelijk uit de voeten maakt of zich ergens verstopt.

Zorg dat je nooit zo in een rechte lijn op de afgesproken plaats af loopt zodat de wachtende al vanuit de verte je figuur kan zien. In de meerderheid van de gevallen is dat uiterst onvoordelig. Wie heeft immers zijn manier van lopen geheel in de hand? Of allerlei kleine toevalligheden, zoals een waggelende peuter die in volle vaart met zijn hoofd tegen je knie op botst, of die zijn bal in je hoed doet belanden? Wie blijft daarvan gevrijwaard?

En zelfs als alles voorspoedig gaat, probeer dan maar eens een stap of hondervijftig te verzetten en tegelijkertijd alle regels van de gratie na te leven en je lichtheid, verfijndheid en bescheidenheid te bewaren. En je ingetogenheid, je elegantie en eenvoudigheid. De zittende heeft het een stuk makkelijker.

Als het een man is, dan leest hij een krant of “rookt nerveus de ene na de andere sigaret”.

Is het een vrouw, dan tekent zij in gedachten verzonken in het zand met haar parasol, of kijkt zij met verdrietig gebogen hoofd hoe de zon ondergaat. Één voor één de blaadjes van een bloem uittrekken is ook lang niet verkeerd.

Bloemen zijn altijd in de buurt van de tuin te koop tegen dezelfde prijs, maar je mag dit nooit toegeven. Je moet doen alsof ze van een zeer geheimzinnige herkomst zijn.

Als je al veel te overduidelijk geeuwt, dan kun je uiteraard gegeneerd en vluchtig glimlachend zeggen dat het van de zenuwen was.

Een dame dient dus nooit als eerste te komen, tenzij ze een scène van jaloezie wil schoppen. In zo’n geval is dat niet alleen toegestaan, maar verandert het zelfs in een vereiste.

– Ik wilde al weg gaan..
– Mijn God! Maar waarom dan toch?
– Ik heb bijna een half uur op u gewacht.
– Maar we hadden afgesproken om drie uur, en het is slechts vijf voor…
– Uiteraard, u heeft altijd gelijk…
– Maar de klok…
– De klok heeft hier niets mee te maken…

Dat is een uitstekende inleiding die een ieder kan worden aangeraden in soortgelijke situaties. Vanaf hier is het allemaal een stuk gemakkelijker. Je zegt gewoon:

– Ach ja.. trouwens, ik wou vragen wie die ene dame was.. etcetera.

Dat komt heel goed uit de verf.

Nog een belangrijke opmerking: jaloerse scènes worden altijd geschopt in de Tauride tuin. In geen geval in de Zomertuin. Waarom? Weet ik het – daarom! Zo hoort dat nu eenmaal. Dat is niet met ons begonnen, en zal ook niet eindigen met ons.

En daarbij, probeer het maar eens in de Zomertuin! Daar komt niets van terecht.

De Tauride tuin is er speciaal voor aangelegd. Daar zijn treurige paadjes, en stille vijvers (“Ik wil alleen maar met rust gelaten worden!..”) en uitzicht op het parlementsgebouw (“… en ik had nog zulke hoop!..”).

Ja, iets beters dan de Tauride tuin hebben ze daarvoor nog niet uitgevonden.

Het enige nadeel is dat je in de Tauride tuin  altijd enorm slaperig wordt. Voor een wilde scène is dat geen passende omstandigheid, maar voor een melancholische is het juist uitstekend.

Als het je lukt om totaal onopgemerkt te geeuwen, kun je daarna je “verdwaasde ogen, vol tranen” opslaan naar “hem” of “haar” en diegene vol verwijt aankijken.

Als je al veel te overduidelijk geeuwt, dan kun je uiteraard gegeneerd en vluchtig glimlachend zeggen dat het van de zenuwen was.

In het algemeen is het de flirtende aangeraden om de meest onesthetische aspecten van zijn doen het stempel “van de zenuwen” mee te geven. Dat veredelt altijd enorm.

Stel je voor dat je snipverkouden bent en niets als een zeeleeuw. Genies wordt altijd op de een of andere manier gezien als iets verschrikkelijk komisch, nietwaar. Zelfs de niesende begint vaak gegeneerd te glimlachen alsof hij wil zeggen: “Zie je, ik lach, ik snap dat dit heel grappig is, en ik eis helemaal geen respect voor mijn handelen!”

Voor een flirt is niezen dodelijk. Maar hier kan het bijtijds uitroepen: “Ach, dat is van de zenuwen,” je redden.

Een vaas, de dood, eeuwigheid, stervende liefde. En jij, in een halve draai, met je hoed in het juiste perspectief…

In sommige gevallen waar het een zeer intensieve flirt betreft, kan zelfs een tandabces afgedaan worden als een nerveuze aandoening. En men zal je geloven. Een gewetensvolle flirter gelooft je zonder aarzelen.

Het beëindigen van een flirt in het laagseizoen kan op twee manieren. Het kan in de Zomertuin of in de Tauride tuin. In de Zomertuin is eenvoudiger en geraffineerder. In de Tauride tuin is het aan de andere kant slepender, maar effectiever. Je kunt wat huilen, en “je ogen vervuld van tranen opslaan”.

Bij een afscheid in de Zomertuin is het aan te raden om bij een vaas te blijven staan, je om te draaien en nog een laatste treurige blik te werpen op de gekoesterde laan. Dat komt zeer goed uit de verf. Een vaas, de dood, eeuwigheid, stervende liefde. En jij, in een halve draai, met je hoed in het juiste perspectief… Zo’n moment zal niet snel vergeten worden. Daarna draai je je om richting de uitgang en verdwijn je in de massa.

Maar wat je ook doet, ga in hemelsnaam niet staan afdingen met de koetsier. Denk erom dat je nagekeken wordt. Het is beter om met neergeslagen ogen over de kettingbrug te gaan (ach, hij wierp ook zo zijn zoete ketens neer!..). Loop zonder omkijken tot aan Panteleymonovskaya. Daar kun je dan chocola kopen om een stuk af te snoepen.

Ik acht het noodzakelijk om ter informatie van de heren flirters hieraan toe te voegen, dat het volledig uit de mode is om bij elke ontmoeting te zeggen:

– Ach! Bent u dat?

Iedereen heeft inmiddels wel door dat als je afgesproken hebt om elkaar te ontmoeten, er niets verbazingwekkends is aan het feit dat diegene op de aangewezen tijd op de aangewezen plek verschijnt.

Buiten dat, als je in het heetst van de flirt onverwachts een oude bekende tegenkomt, dan is het absoluut niet noodzakelijk om uit te roepen:
– Ach! Vandaag is een dag van onverwachtse ontmoetingen. Ik kwam net toevallig .. (hier de naam van de medeflirteraar) tegen, en nu zie ik jou hier!

Ooit was dat heel gewiekst en subtiel, maar dat is inmiddels achterhaald.
Tegenwoordig is dat ouderwets en dwaas.

Advertisements

Over ome Majakovskij

IMG_20170311_003308.jpg
Het Triomfplein in 2017.

Iets minder dan vijf jaar geleden was ik voor het eerst in Moskou met Christina en Eva. We bezochten het standbeeld van de dichter Majakovskij op het Triomfplein. Dat was destijds niet zo heel triomfantelijk. Majakovskij was omringd door een soort braakliggend terrein met hoog gras en uitgebloeide paardenbloemen, afgezet met ijzeren hekken. Links en rechts raasden er auto’s voorbij. Eigenlijk ligt het plein op het kruispunt van twee enorme veelbaanswegen. Hoe ik het me herinner dronken we daar bier uit blik. En zo zag het er toen ongeveer uit op iphone foto’s van slechte kwaliteit:

Drinken op straat was destijds nog niet zo’n probleem. Tegenwoordig moet je het verstoppen in een plastic zakje, en kun je ook bier niet meer kopen na 11 uur ‘s avonds, net als alle andere alcoholische dranken. Destijds was bier nog geen alcohol voor de wet. Als we ver moesten lopen in Sint Petersburg kochten we wel eens een BVO’tje, een biertje voor onderweg. Ergens is het vast goed dat mensen niet meer overal (en op de vreemdste tijdstippen) bier drinken op straat alsof het cola is.

Een jaar later waren we er weer. Nadat Christina en ik Siberië hadden doorkruist besloten we een bezoekje te brengen aan ome Majakovskij. Hij had intussen weer een normaal plein gekregen, met houten bankjes.

DSCN3458
In 2013. Met mij ervoor.

Gistermiddag was ik in een boekwinkel, op de kinderafdeling. Russen zijn heel goed in boeken. Zowel in het maken van mooie luxe uitgaves, als het hebben van een enorm assortiment goedkope paperbacks van alles wat je maar kan wensen. Op de kinderafdeling vind je kinderversies van literaire klassiekers, en prachtig geïllustreerde dichtbundels met poëzieklassiekers speciaal voor kinderen. Ik denk dat in Nederland het pedagogische nut van poëzie vaak wordt onderschat.

DSC_1666
Op de kinderafdeling in de boekwinkel.

Tijdens mijn studie Russisch moesten we gedichten uit ons hoofd leren, net als kinderen op school hier moeten. Dat ging in onze klas gepaard met veel tegenzin, plichtverzuim en gezucht. Maar als braverik die altijd haar huiswerk deed kan ik stellen dat het heel erg van pas komt. Door een gedicht te bestuderen onthoud je woorden en zegswijzen gemakkelijker, en je leert een beetje geschiedenis en cultuur. Je onthoudt en begrijpt dingen beter doordat je je ingewikkelde thema’s eigenmaakt aan de hand van een enorme rijmende ezelsbrug. En je krijgt kudos van Russen als je klassiekers goed kunt reciteren, ook niet onbelangrijk. En een goed gedicht kan net als een goed liedje een hoop troost bieden in tijden van geestelijke nood.

IMG-20170311-WA0022.jpg
Schommelen op het Triomfplein.

Hoe dan ook, toen ik in de boekwinkel was en een geïllustreerde versie van een gedicht voor kinderen van ome Majakovskij las, bedacht ik me dat het weer eens tijd werd om hem gedag te gaan zeggen. Helemaal omdat mijn kamergenote, die al vaak in Moskou is geweest, hem nog nooit had gezien. Het Triomfplein rondom Majakovskij bleek opnieuw compleet verbouwd. Met nieuwe, modernere bankjes. En schommels. En de auto’s gaan er tegenwoordig onderdoor. Alleen Majakovskij blijft onveranderd.

“Lee Chong’s grocery, while not a model of neatness, was a miracle of supply. It was small and crowded, but within its single room a man could find everything he needed or wanted to live and to be happy – clothes, food, both fresh and canned, liquor, tobacco, fishing equipment, machinery, boats, cordage, caps, pork chops. You could buy at Lee Chong’s a pair of slippers, a silk kimono, a quarter pint of whiskey and a cigar. You could work out combinations to fit almost any mood. The one commodity Lee Chong did not keep could be had across the lot at Dora’s.”

John Steinbeck – Cannery Row