Niet liegen

Het is al een tijdje geleden dat ik iets geschreven heb. Niet dat ik het te druk had ofzo – ik had het wel druk, maar dat heb ik het altijd. Teksten verschijnen dan als een soort bijproduct van al het andere. Net als dat je op den duur altijd weer een keer naar de WC moet als je maar lang genoeg doorleeft. Maar ik hoefde gewoon niet zo nodig. Met schrijven ben ik ooit begonnen omdat ik niet kon praten.
Het is altijd makkelijker om achteraf
je gedachten te herkauwen en op papier te zetten,
dan om op het moment dat het ertoe doet, het juiste te zeggen.
En achteraf is het makkelijk, je met een pen een weg naar buiten te graven, jezelf te verklaren.
Schrijven is eigenlijk altijd een beetje liegen: eerst nadenken en dan de boel verdraaien met voorbedachten rade, jezelf goedpraten.
Je evenwicht herstellen terwijl je al op de grond ligt.

Een goede inspirationele quote maakt tenslotte
van elke kneus een goeroe.

Liever wil ik denk ik leren praten, dan mezelf een end weg te verschrijven. En deel zijn van de komedie van levende wezens, in plaats van ze in verhalen bij te zetten als personages, alsof ze niet leven (en ik dus ook niet).
Zo herschreef ik het eind van elke liefdesgeschiedenis, pagina’s vol. Of verwerken heet dat. Opschrijven waarom het allemaal zo erg niet is, en zo niet alleen moest zijn, maar zelfs beter is. En elk detail uit te wringen. Onlangs was er een geschiedenis, daar zou ik een boek over kunnen schrijven. Maar ik besloot het niet op papier uit te vechten, ik zei wat ik ervan dacht. En dat pakte een stuk beter uit dan anders.

IMG_20170503_215605
“Know you don’t get a chance to take a break this often. It isn’t stopping. I’LL WATCH YOU.” Oké is goed.

In Moskou ligt, zoals altijd, een antwoord op al je levensvragen op straat. Het is alleen de vraag of je iets met dat antwoord kunt. Intussen is het lente, er komt gestaag meer geld binnen, en ik loop vrolijk achteruit de toekomst in. Zoals the Fallouts zingen: “een bolderkar voor de deur,
met een kleine dikke chauffeur,
en dan verder geen gezeur.”

Landsliefde en tanteschap

Ik vraag me af of het mogelijk is om te zeggen dat je van Rusland houdt, zonder dat het bedenkelijke politieke implicaties heeft. Net als dat het moeilijk is te zeggen dat je van Nederland houdt, zonder dat mensen de PVV meeuw horen kraaien. Ik hou van allebei, want zo ben ik.

noorderlichtoogst.png
De noorderlichtoogst.

Gisteren was het Proshonoye Voskrenye. En kwam er onder mijn raam een stoet oude vrouwtjes met gebloemde hoofddoekjes voorbij, die liedjes zongen onder begeleiding van een accordeon. Proshonoe Voskresenye is het einde van de week waarop Maslenitsa gevierd wordt, een week waarin pannekoeken gegeten worden voorafgaand aan de vasten. En de dag waarop mensen aan anderen vergeving vragen voor alles wat ze fout hebben gedaan.  Zingende oude vrouwtjes doen me altijd denken aan Noord-Rusland. Waar mensen nog in houten huisjes wonen. Met een houtkachel. En waar oude vrouwtjes op verjaardagen samenkomen en liedjes zingen. Als in een sprookje. Soms een beetje een melancholisch sprookje, maar een sprookje.

Mijn kamergenoot en ik keken die ochtend een paar van mijn favoriete Sovjettekenfilms, over Noord-Russische sprookjes waarin ijsberen op stukken permafrost rondpeddelen, pinguins sigaretten verkopen en de liedjes die mensen zingen in de vrieskou veranderen in een soort sneeuwvlokjes. Die vervolgens op de markt worden verkocht. Het communisme daar kan ik verder niet zoveel mee, maar Sovjettekenfilms zijn animatie meesterwerken. Zoals deze. En vooral ook deze, over hoe omstandigheden soms zelfs een voorbeeldige burger tot wandaden kunnen drijven.

Daarna gingen we naar het park, om te schaatsen. Maar voor de gelegenheid (feestdag) was de prijs omhoog gegaan van 450 naar 1000 roebel, zoals te lezen stond op een briefje dat voor het raam van de kassa geplakt was. En wat natuurlijk op internet niet te vinden was. Hoofdstedelijke anti-climax. Maar toch hou ik van Rusland, met zijn zingende oude vrouwtjes en stadsparken ter grootte van een gemeente. Maar ook van Nederland, waar elk moment mijn eerste nichtje geboren gaat worden. En vlak daarna de tweede in België. Hoe blijft een mens kalm in zulke situaties. Jezus.

Hoe de Belastingdienst mijn leven niet makkelijker maakte, maar wel leuker

2016-06-09_09-27-00.png
Mia Borsisavljevic – Nista licno

Een Phd doen in Rusland is een beetje een rare situatie. In tegenstelling tot in Europa, is het salaris belabberd. Of, zoals in mijn geval, nul. Je moet dus op de een of andere manier lucratief zien bij te beunen. Daarom geef ik Engelse en Nederlandse les; op een schooltje voor ongeveer vijf en halve euro per uur, en privé voor zestien. En ik corrigeer en vertaal teksten van studenten en kennissen voor bescheiden bedragen. Daarnaast schrijf ik af en toe een paar SEO teksten, om nog wat euro’s binnen te krijgen die ik opspaar voor vliegtickets. Als Nederlander zou je van zulke bedragen gaan huilen, maar mijn vaste lasten zijn erg laag (voor mijn kamer die ik deel met een kamergenoot betaal ik 20 euro per maand inclusief alles, en er is een klein sportzaaltje beneden). Het is ook een kwestie van prioriteiten.Ik kan best een kamer voor mezelf gaan huren, maar dan zit ik overal verder vandaan. En is het afgelopen met khachapuri eten. Naar de pedicure gaan. Wijn drinken. En verse groenten kopen. Zolang ik dat kan zonder dat ik bij mensen om geld moet vragen vind ik het eigenlijk wel prima.

En zoals Isaak Babel al schreef, de dikste portefeuilles zijn bestikt met tranen. Op een bepaald moment raakte ik een beetje opgeslokt in het dagelijks bestaan in Moskou, waarin mensen kromliggen om 4 à 500 euro per maand binnen te harken (een klein appartementje kost ongeveer dat – of net iets meer per maand),of zelfs nog minder. En met liefde zichzelf nog doder werken voor een paar extra kopekes. Arbeidsregelgeving bestaat hier niet echt, in de zin van, per zoveel uur zou je pauze moeten hebben. En een werkdag heeft een bepaalde lengte. Totdat ik me realizeerde dat ik om te sloven voor een minimumloon niet naar Rusland had hoeven komen. Dan had ik gerust in Nederland kunnen blijven, waar ik met al mijn geesteswetenschappendiploma’s vast binnen de kortste keren door het UWV de kas in gestuurd zou worden. Ofzo.

Daarom bedacht ik dat het een goed idee was om mijn schrijversbedrijf uit te breiden – minder werken en meer geld verdienen – en schreef me in bij de KvK. Daar verzekerden ze me dat het geen probleem was om op papier in Nederland freelance werk te doen terwijl je in Rusland woont, zolang je maar een vestigingsadres hebt. Toevallig heb ik ouders die in Nederland wonen, dus had ik ook een vestigingsadres. Het leek me een goede praktische oplossing. Tegelijkertijd besloot ik minder te gaan lesgeven.

Tot ik opeens werd gebeld door de Belastingdienst. Ik was direct in paniek, omdat ik op mijn Russische nummer werd gebeld door een Nederlands nummer. Kennelijk mag dat dus helemaal niet, en heeft de KvK me verkeerd voorgelicht toen ik er expliciet naar vroeg – je kunt als Nederlands bedrijf je werkzaamheden niet permanent in het buitenland uitvoeren. Of ja, het kan wel, je mag alleen geen BTW heffen. En zonder dat heeft een KvK-inschrijving niet bijzonder veel toegevoegde waarde. Achteraf natuurlijk heel logisch.

De grote stroom euro’s bleef dus uit. Al betwijfel ik enigszins of ik hem succesvol had aangezwengeld als ik wel een BTW-nummer had gekregen. Ik kwam er namelijk al gauw achter dat SEO schrijven weliswaar per opdracht lucratiever is dan lesgeven, het heeft dezelfde keerzijde als privéles geven – je moet continu actief op zoek naar leerlingen. Soms heb je geluk en tref je een gemotiveerde leerling die consequent 1 à 2 keer per week les wil, maar ook die zijn wel eens ziek. Of op vakantie. En dan heb je geen inkomen. Of je moet weer een nieuwe binnenslepen. En daar gaat heel veel tijd en energie in zitten. En ik ben geen verkoper. Wat in de 21e eeuw, en in het bijzonder in Nederland natuurlijk een beetje een sociale handicap is. Wie geen lucht kan bakken, krijgt geen brood op de plank. Je moet een beetje weten hoe je jezelf moet verpakken en bij wie je het moet aanbieden. En hoe. Dat is allemaal niks voor mij.

Maar daardoor ben ik dus minder gaan werken (zodat ik meer kan werken, ha) en heb ik nog minder geld. Maar het leven wordt er intussen beter op. Tegen de tijd dat ik terugkom ben ik vast niet rijk en succesvol, maar op zijn minst wijzer. Ik wil denk ik niet succesvol zijn, maar gewoon evolutionair stabiel. Of in elk geval nog niet.

Zhdun

IMG_0962.JPG
Homunculus Loxodontus – Margriet van Breevoort. Via: Beelden in Leiden.

Weten jullie wie Margriet van Breevoort is? Ik wel, net als iedereen en zijn oma in Rusland. Margriet van Breevoort is een Nederlandse kunstenares, die in 2016 de publieksprijs van Beelden in Leiden won met het kunstwerk ‘Homunculus Loxodontus’ (wat tegelijkertijd naar een insect en een olifant verwijst), en die in Rusland liefkozend Zhdun wordt genoemd, zoiets als ‘wachtende’.

Het beeld werd na de tentoonstelling aangekocht door het LUMC: “Het beeld van een aandoenlijk ogend wezen, zittend op  een bankje, krijgt een plek op de kinderafdeling van het LUMC” (via Beelden in Leiden). Op een gegeven moment plaatste een Rus (of Russin?) vanuit Nederland een foto van het standbeeld op een Russisch forum, met het bijschrift dat het LUMC volstaat met interessante kunst, en dat “dit schattige schepsel” het hoogtepunt daarvan is. Zhdun wacht rustig op zijn beurt met de andere patiënten in de wachtkamer.

Daarna werd het een soort virus. Overal memes.

pic_007275b2bef5897c77d648cac2b0097c
“Ik drukte ergens op en toen was alles weg.”
58e1713f1879e3b52895d1db03876614
“Wij wachten op verandering” samen met Viktor Tsoi.

Zhdun wacht onder andere tot Trump de sancties opheft, tot de prijzen op boodschappen dalen, en op de lente (allemaal dingen waar ik ook een beetje de hoop op heb verloren).

Fan-kunst:

16711716_10207144884860076_2536716203300492327_n

En Zhdun sightings in de Hortus:

2017-02-16_08-51-55.png

Als toppunt noemde een of andere politicoloog Zhdun ‘het’ symbool van Rusland.

Hoe dan ook, Margriet van Breevoort is een baas. Hier legt ze bijvoorbeeld uit hoe de Homunculus Loxodontus gemaakt werd. En haar andere werk is ook zeer de moeite waard.

 

 

 

Kantine

IMG_20150312_133356.jpg
Een foto uit een simpelere tijd, 2015. Toen de ontdekkingen nog bescheiden op straat lagen, in plaats van in je gezicht te schreeuwen.

Soms is het internet een vloek. Niets is meer heilig. In het metrostation Arbatskaya in het centrum van Moskou zit een kleine roze kantine. Met achter de toonbank vrouwen in schorten met zo’n wit slagershoofddeksel op hun hoofd. Een kleine roze kantine verborgen achter een nietsvermoedende deur in een zuil. Als-ie niet open is zie je niet dat-ie er zit. Mijn goede vriendin Christina en ik vonden hem een keer per ongeluk. Dat was totdat allerlei magazines hem op de lijst van verborgen pareltjes van Moskou gingen zetten. Nu hangt er een groot neon-bord boven de deur. Wat een ellende.

Vooruit

IMG_20170107_212300.JPG

Over iets meer dan twee maanden word ik 28. En wordt die jongen met die bolle wangen achter mij vader. Volgens mij ben ik in tegenstelling tot mijn broer nog een beetje blijven steken in de fase op de foto. Maar sinds januari ben ik een bedrijf. En kun je me inhuren om je website vol te laten schrijven met SEO en andere content die niemand ooit leest (voorbeelden kan ik naar je sturen op aanvraag). Of juist wel. En je kan me inhuren om te vertalen van Nederlands naar Engels of Russisch. En andersom. hcsissuR fo slegnE raan sdnalredeN.

Schoonheid is zuurstof voor de ziel

You told me again you preferred handsome men
But for me you would make an exception
And clenching your fist for the ones like us
Who are oppressed by the figures of beauty
You fixed yourself, you said, “Well never mind
We are ugly but we have the music
– Leonard Cohen “Chelsea hotel”

 

img_20161231_182244

Gisteren liep ik over straat met mijn Franse vriendin, die altijd dingen haat, of adoreert,  maar zelden iets daar tussenin, en die zei, dat ze een hekel heeft aan de schoonheidssalons op elke straathoek hier in Moskou. Gewoon omdat het er zoveel zijn. En overal. Alsof gebeiteld en geplamuurd worden het belangrijkste is in het leven. Voor veel vrouwen hier is mooi zijn hard werken en tegelijkertijd een integraal deel van de vaste  maandelijkse lasten. Maar is het beitelen en plamuren van je uiterlijk volgens een bepaald sjabloon wat schoonheid is? Niemand zal ontkennen dat die zelfmaakbaarheid soms ontspoort – in chirurgische ingrepen of een overdaad aan make-up die een mens dichterbij een karikatuur brengt dan bij het daadwerkelijke ideaal dat hij nastreeft. En dat er daarnaast mensen zijn die van nature beeldschoon zijn.

Tweedimensionale sjablonen

Het is een populaire gedachte dat symmetrie uiteindelijk bepaalt of iemand objectief gezien mooi is. Maar objectief gezien mooi zijn betekent voornamelijk dat de massa je zou beoordelen als zijnde mooi. Symmetrische schoonheid is voornamelijk een tweedimensionaal soort schoonheid. Wanneer we bijvoorbeeld een partner kiezen en dichterbij komen, spelen veel meer factoren een rol. Dingen als iemands geur, stemgeluid, gedrag, manier van kleden, manier van bewegen en spreken spelen allemaal een rol in het aanzwengelen van sympathieën in onze hersenen. Aan de andere kant is mode en alles wat erbij hoort een stuk minder oppervlakkig dan het lijkt. Een stukje textiel zegt soms meer over je innerlijk en de samenleving waarin we leven dan je denkt.

Een beetje waardering

Er zijn heel veel dingen die we mooi kunnen vinden, omdat hun algehele gestalte ons aanstaat. Een wild landschap, een stuk muziek, of iets bewegelijks als een mooie herfstdag. Of “de glimlach van een kind” om maar eens met Willy Alberti te spreken. Het gevoel dat die dingen in ons inspireren, dat we een beetje meer levend zijn dan anders, is min of meer hetzelfde. En als we dit kunnen uitdelen, dan is dat helemaal mooi. We kunnen een kind op de wereld zetten, ervoor zorgen dat onze wenkbrauwen Kardashian-waardig zijn, of we kunnen lappen tekst de wereld in smijten waarvan we hopen dat andere mensen het op prijs stellen. Iedereen heeft een beetje welgemeende waardering nodig in het leven.

IMG_20161231_162910.JPG
Sommige schepsels worden gewoon fabulous geboren, luipaardprint en parelmoer inbegrepen.

Er is niets moreel mis met make-up dragen, of hoge hakken, of plastische chirurgie, noch met geld uitgeven aan jezelf, of een of meer kinderen op een overbevolkte wereld zetten, of met je tijd en of geld besteden aan kunst en muziek die mensen zin in het leven geeft. Er is ook niets mis met niet willen meedoen aan de industrie van het uiterlijk en je wenkbrauwen en of andere lichaamsharen de vrije loop te laten. En niet dun te willen zijn, om wat voor reden dan ook. Schoonheid kan een monster zijn. Iedereen moet hem af en toe voeren, maar je moet op je hoede zijn dat-ie je arm niet tot aan de elleboog afbijt.

Een gezonde cynische tante

Soms knijp ik mezelf in mijn ziel met die gedachte, als ik voor mezelf een te dure aankoop probeer goed te praten. Maar ook wanneer ik uren aan een stuk bezeten achter mijn computer gekromd werkwoorden heb lopen analyseren, waarna ik opeens merk dat ik moet eten en mijn spieren in beweging zetten. Een bepaald ideaal hebben in het leven geeft je kracht, maar je ideaal heeft niks aan je wanneer je door de terugslag van diezelfde kracht verpletterd wordt.

Mijn wens voor 2017 is een goede tante worden, kunnen schipperen tussen werkwoordstijden analyseren, kinderen leren niet bang te zijn om Engels of Nederlands te praten en niet te veel maar ook zeker niet te weinig geld uit te geven aan handtassen, kimono’s, pedicures en bloemen van de oude omaatjes op het Kiev station. En om een gezonde cynicus te wezen. Waarmee je kunt lachen, maar niet op een boer-met-kiespijn manier.

Zo, nu ik dat van mijn lever af heb, kan er gedronken worden.


U heeft (3292749210990) nieuwe berichten.

img_20161219_214910
“Wanneer de schermen zwijgen”.

Op aarde is afstand geen afstand meer.
Vroeger moest je wachten op een brief, of een duur telegram versturen.
En later duur telefoneren.

Ik bel vanuit Moskou vrienden en familie in welk land ook alsof ik op de hoek sta.

In ‘The Selfish Gene’ beschrijft Richard Dawkins hoe een astronaut die op Mars zou zijn, gewend zou moeten raken aan het feit dat directe conversatie onmogelijk is. Het kost radiogolven vier minuten om van aarde tot Mars te komen. Daardoor ziet de astronaut zich gedwongen om te praten in monologen waar zijn gesprekspartner niet direct op kan reageren. Als een gesproken brief [Richard Dawkins – ‘The selfish gene’ (1976, E-book version), 53].

De walvis zingt zijn lied

De zee heeft ook de potentie voor communicatie op lange afstand. Het lied van een walvis zou overal ter wereld onder water te horen moeten kunnen zijn mits de walvis op de juiste diepte zwemt. Het zou ongeveer twee uur kosten voordat zo’n bericht de Atlantische Oceaan heeft doorkruisd en er een antwoord is gekomen. Volgens Dawkins zou dit een verklaring kunnen zijn waarom sommige walvissen een monoloog in de vorm van een acht minuten durend lied ten gehore brengen, wat ze vervolgens herhalen [ibid].

In mijn hoofd klinkt dat heel eenzaam. Kan zo’n walvis een gesprek voeren? Of kunnen ze enkel om de beurt een treurig lied opsturen, als twee door tijd en ruimte gescheiden dichters?

Maar dat is omdat ik een mens ben.
Mensen kletsen graag. En krijgen een warm gevoel vanbinnen van een goed gesprek. Maar dat is typisch menselijk.

“[…] the species that is peculiar, from an ethological and biological viewpoint, is our own, and one can easily imagine that a scientist of a different species might be most powerfully struck by the unceasing chatter of humans, and our seemingly uncontrollable urge, even as children, to express our thoughts to one another. Our human Mitteilungsbedürfnis is bizarre, and we have to look quite hard to find systems in other animals that are even remotely comparable.” [w. Tecumseh Fitch – ‘The evolution of language’ (2010), 148]

Het is niet waarschijnlijk dat walvissen aan dezelfde dwangneurose lijden.

Mensen zijn een beetje rare beesten omdat ze zowel monologen als dialogen beheersen. We kunnen lange brieven schrijven en nadenken over een antwoord op zo’n brief, maar we kunnen evengoed direct antwoorden op korte berichten. Het voordeel van een monoloog, zeker wanneer die geschreven is, is dat je bedenktijd hebt. Je kunt meerdere keren en met een andere blik kijken naar wat je zegt nog voor je het gezegd hebt, en preventief woorden inslikken.

Berichtenstorm

Wie ook waar de voorkeur aan geeft, het internet werkt als een enorme versterker van die aangeboren afwijking om gedachten te willen uitdrukken. Of het nu is in korte berichten die in onophoudelijke stromen de wereld over gaan, of lappen tekst als deze die de ontelbare[lees: in theorie volstrekt telbaar, maar niet door ondergetekende want moeilijk] blogs van de wereld bevolken.

Op aarde is geen afstand meer.
Als er ergens een bomaanslag is, spettert het bloed uit je sociale media feed nog voordat het ter plaatse de grond raakt. De rampen vliegen je om de oren. En bij elke ramp is er een ander handjevol mensen dat wakker schrikt en zich realizeert dat de meeste mensen er al niet meer van opkijken. En dat dat vreselijk cynisch en tragisch is. De mensen die met pathetische jpegs bidden voor Syrië liggen op hun beurt niet wakker van een aardbeving op Haïti. Dat is ook menselijk. Onze hersenen filteren alles wat binnenkomt, omdat ze het niet aan zouden kunnen om letterlijk alles te verwerken wat op ons afkomt. Onbewust maken we altijd dergelijke selecties. Erger nog, onze hersenen gaan vervolgens op basis van deze halve informatie een coherent beeld creëren van de situatie. Onze hersenen vullen als het ware zelf de gaten in. En maken er hun eigen verhaal van. Daarom zijn ooggetuigenverslagen nooit identiek, ook al doet iedereen zijn best zo goed mogelijk “de waarheid” te vertellen. Niet iedereen vallen dezelfde dingen op.

E-mails door de brievenbus

De menselijke hersenen zijn ongelofelijk sterk in het snel en efficiënt verwerken van informatie. Maar ik vraag me soms een beetje af in hoeverre ze zijn toegerust voor de 21e eeuw. We hebben weliswaar het internet om onze aandrang dingen te delen te versterken, maar de ontvangst gebeurt nog altijd analoog. Alsof alles wat op het internet gezegd wordt geprint wordt en vervolgens bij iedereen door de brievenbus wordt gestampt in een niet-aflatende poststroom.

Reageren op alles wat binnenkomt is onmogelijk. Mensen weten steeds meer, en zien steeds meer gruwel van dichtbij. Het lijkt of ze er steeds minder door gealarmeerd raken. Alsof de spiegelneuronen die ervoor zorgen dat we ons kunnen inleven in anderen langzaamaan een dikke huid ontwikkelen om niet stuk te gaan.

Selecteren en selectie manipuleren

Maar in wezen redt selectiviteit ons van oververhitting of afstomping. De één wordt meer geraakt dan de ander door een bepaalde ramp. Fysiek is het onmogelijk om op letterlijk al het vreselijks wat er gebeurt in de wereld met gepaste afschuw te reageren. Je moet kiezen. Of althans, je hersenen doen dat voor je. Ik wou zeggen dat het meest zinloze wat je kunt doen is ruzie zoeken over de selectie die de hersenen maken. Maar aan de andere kant kan het heel effectief en terecht zijn om opschudding te veroorzaken over een gebrek aan opschudding – omdat dit juist bij sommige mensen hun empathie kan activeren. En soms is dat nodig.

Net als het soms nodig is je te realizeren wat je hersenen bekokstoven terwijl je in de waan bent dat je de waarheid in pacht hebt.