Tijd heelt alle woorden

img_0291

Als je wat langer in het buitenland woont en je je moedertaal niet meer gebruikt voor alles, gaat-ie er op achteruit. Daar doe je niks aan. Soms kijk ik nog wel eens Nederlandse televisie, maar dan valt het me vooral op wat voor fouten er gemaakt worden. Als je een taal wil leren, is een moedertaalspreker een soort ideaal waar je naar streeft. Maar veel moedertaalsprekers klooien ook maar wat aan, ook al hebben ze het voordeel dat ze een groot deel van hun leven aan de taal in kwestie zijn blootgesteld. Dit heeft te maken met hoe mensen een taal leren. Niet via grammatica en regels. Ze leren een taal door ermee omringd te zijn. Over al die input die ze binnen krijgen maken ze generalisaties over hoe iets moet. En soms gaat er iets mis bij het kopiëren. Dan gaan dingen door elkaar lopen en komen er nieuwe combinaties uit die voor het brein van de spreker heel vanzelfsprekend zijn.

“Bij jezelf ter ziele gaan”

Sommige fouten zijn ook prachtig. Soms zeggen mensen abusievelijk dingen waarvan je denkt, zo zegt men dat wel niet in het Nederlands, maar misschien zouden we er eens mee moeten beginnen. Zo hoorde ik pas op TV iemand een ander belerend toespreken met de woorden: “Je moet eens goed bij jezelf ter ziele gaan.” Dat je even een potje bij jezelf moet gaan sterven.

De meeste mensen hebben op school bij Nederlands geleerd wat een contaminatie is. Dat is wanneer mensen twee uitdrukkingen door elkaar halen en ze aan elkaar smeden tot één geheel. Zoals in dit geval, “bij jezelf te rade gaan” (of nadenken over je situatie en wat je zou kunnen doen om het te verbeteren) en “ter ziele gaan” (oftewel sterven). De verwarring zou kunnen voortkomen uit het idee dat de ziel meestal beschouwd wordt als het (denkbeeldige) orgaan waarmee we intuïtief de beslissingen nemen die het beste zijn voor ons.

“Gewoon de tijd dooien”

Onlangs hoorde ik nog een mooie, waarin een meisje zei dat ze iets deed om “de tijd te dooien”. Dit is geen contaminatie, maar heeft te maken met het feit dat we in het Nederlands de “d” op bepaalde plekken in het woord vaak reduceren tot een “j”-klank. Zoals in “goeiemorgen” bijvoorbeeld. Of “dooie”, in plaats van “dode”. Met het werkwoord “doden” komt dit weinig voor, omdat hij dan hetzelfde klinkt als het werkwoord “dooien”. Al is het moeilijk je een zin voor te stellen waarin het dan niet duidelijk zou zijn of je dooien of doden bedoelt. Want je doodt bijvoorbeeld een kip, maar je dooit hem niet. Je ontdooit hem. Dooien werkt alleen als een passief werkwoord, zonder lijdend voorwerp. De sneeuw dooit. Je kan niet zeggen dat je de sneeuw aan het dooien bent. Zelfs als dat is wat je aan het doen bent zeg je dat je de sneeuw aan het laten smelten bent.

De tijd dooien klinkt een beetje alsof hij vastzit. En je er uit wanhoop met een gasbrander op zit te vlammen, zodat hij in beweging komt. Ik ben er heel erg voor om de tijd te dooien in plaats van te doden. En te bloeien in plaats van te bloeden.

U heeft (3292749210990) nieuwe berichten.

img_20161219_214910
“Wanneer de schermen zwijgen”.

Op aarde is afstand geen afstand meer.
Vroeger moest je wachten op een brief, of een duur telegram versturen.
En later duur telefoneren.

Ik bel vanuit Moskou vrienden en familie in welk land ook alsof ik op de hoek sta.

In ‘The Selfish Gene’ beschrijft Richard Dawkins hoe een astronaut die op Mars zou zijn, gewend zou moeten raken aan het feit dat directe conversatie onmogelijk is. Het kost radiogolven vier minuten om van aarde tot Mars te komen. Daardoor ziet de astronaut zich gedwongen om te praten in monologen waar zijn gesprekspartner niet direct op kan reageren. Als een gesproken brief [Richard Dawkins – ‘The selfish gene’ (1976, E-book version), 53].

De walvis zingt zijn lied

De zee heeft ook de potentie voor communicatie op lange afstand. Het lied van een walvis zou overal ter wereld onder water te horen moeten kunnen zijn mits de walvis op de juiste diepte zwemt. Het zou ongeveer twee uur kosten voordat zo’n bericht de Atlantische Oceaan heeft doorkruisd en er een antwoord is gekomen. Volgens Dawkins zou dit een verklaring kunnen zijn waarom sommige walvissen een monoloog in de vorm van een acht minuten durend lied ten gehore brengen, wat ze vervolgens herhalen [ibid].

In mijn hoofd klinkt dat heel eenzaam. Kan zo’n walvis een gesprek voeren? Of kunnen ze enkel om de beurt een treurig lied opsturen, als twee door tijd en ruimte gescheiden dichters?

Maar dat is omdat ik een mens ben.
Mensen kletsen graag. En krijgen een warm gevoel vanbinnen van een goed gesprek. Maar dat is typisch menselijk.

“[…] the species that is peculiar, from an ethological and biological viewpoint, is our own, and one can easily imagine that a scientist of a different species might be most powerfully struck by the unceasing chatter of humans, and our seemingly uncontrollable urge, even as children, to express our thoughts to one another. Our human Mitteilungsbedürfnis is bizarre, and we have to look quite hard to find systems in other animals that are even remotely comparable.” [w. Tecumseh Fitch – ‘The evolution of language’ (2010), 148]

Het is niet waarschijnlijk dat walvissen aan dezelfde dwangneurose lijden.

Mensen zijn een beetje rare beesten omdat ze zowel monologen als dialogen beheersen. We kunnen lange brieven schrijven en nadenken over een antwoord op zo’n brief, maar we kunnen evengoed direct antwoorden op korte berichten. Het voordeel van een monoloog, zeker wanneer die geschreven is, is dat je bedenktijd hebt. Je kunt meerdere keren en met een andere blik kijken naar wat je zegt nog voor je het gezegd hebt, en preventief woorden inslikken.

Berichtenstorm

Wie ook waar de voorkeur aan geeft, het internet werkt als een enorme versterker van die aangeboren afwijking om gedachten te willen uitdrukken. Of het nu is in korte berichten die in onophoudelijke stromen de wereld over gaan, of lappen tekst als deze die de ontelbare[lees: in theorie volstrekt telbaar, maar niet door ondergetekende want moeilijk] blogs van de wereld bevolken.

Op aarde is geen afstand meer.
Als er ergens een bomaanslag is, spettert het bloed uit je sociale media feed nog voordat het ter plaatse de grond raakt. De rampen vliegen je om de oren. En bij elke ramp is er een ander handjevol mensen dat wakker schrikt en zich realizeert dat de meeste mensen er al niet meer van opkijken. En dat dat vreselijk cynisch en tragisch is. De mensen die met pathetische jpegs bidden voor Syrië liggen op hun beurt niet wakker van een aardbeving op Haïti. Dat is ook menselijk. Onze hersenen filteren alles wat binnenkomt, omdat ze het niet aan zouden kunnen om letterlijk alles te verwerken wat op ons afkomt. Onbewust maken we altijd dergelijke selecties. Erger nog, onze hersenen gaan vervolgens op basis van deze halve informatie een coherent beeld creëren van de situatie. Onze hersenen vullen als het ware zelf de gaten in. En maken er hun eigen verhaal van. Daarom zijn ooggetuigenverslagen nooit identiek, ook al doet iedereen zijn best zo goed mogelijk “de waarheid” te vertellen. Niet iedereen vallen dezelfde dingen op.

E-mails door de brievenbus

De menselijke hersenen zijn ongelofelijk sterk in het snel en efficiënt verwerken van informatie. Maar ik vraag me soms een beetje af in hoeverre ze zijn toegerust voor de 21e eeuw. We hebben weliswaar het internet om onze aandrang dingen te delen te versterken, maar de ontvangst gebeurt nog altijd analoog. Alsof alles wat op het internet gezegd wordt geprint wordt en vervolgens bij iedereen door de brievenbus wordt gestampt in een niet-aflatende poststroom.

Reageren op alles wat binnenkomt is onmogelijk. Mensen weten steeds meer, en zien steeds meer gruwel van dichtbij. Het lijkt of ze er steeds minder door gealarmeerd raken. Alsof de spiegelneuronen die ervoor zorgen dat we ons kunnen inleven in anderen langzaamaan een dikke huid ontwikkelen om niet stuk te gaan.

Selecteren en selectie manipuleren

Maar in wezen redt selectiviteit ons van oververhitting of afstomping. De één wordt meer geraakt dan de ander door een bepaalde ramp. Fysiek is het onmogelijk om op letterlijk al het vreselijks wat er gebeurt in de wereld met gepaste afschuw te reageren. Je moet kiezen. Of althans, je hersenen doen dat voor je. Ik wou zeggen dat het meest zinloze wat je kunt doen is ruzie zoeken over de selectie die de hersenen maken. Maar aan de andere kant kan het heel effectief en terecht zijn om opschudding te veroorzaken over een gebrek aan opschudding – omdat dit juist bij sommige mensen hun empathie kan activeren. En soms is dat nodig.

Net als het soms nodig is je te realizeren wat je hersenen bekokstoven terwijl je in de waan bent dat je de waarheid in pacht hebt.