XXXII

We bestaan niet zomaar
We beleven tussen aanhalingstekens
ziende blind overleven we onze avonturen.
We kleuren gebeurtenissen voortijdig

of dat slecht is.

Ja we steken anderen de ogen uit
met spannende plaatjes in hoog contrast
en zeggen er niet bij hoe we daarna in foetus-houding
ongeduldig de goedkeuring van anderen afwachten.
Maar alsof dat is wat we willen,
mensen die eerlijk zeggen dat ze het ook niet weten
en er niets van bakken.
Tuurlijk is dat af en toe cathartisch
lekker zwelgen en verkneukelen
maar je moet het wel uit kunnen zetten
als een serie.

Is dit anders dan hoe we ons
dingen altijd mooier herinneren dan ze waren.
Hoe oude foto’s een romantiek ademen
wanneer de muffe lucht van ellende, armoede
en slechte hygiëne is opgetrokken.
We verleven ons leven met halfdichte ogen,
en filteren met onze wimpers.
En als het is afgeleefd
resten alleen nog goede anekdotes
en een paar voordelige foto’s
(als we geluk hebben en niet beroemd worden).

Mensen willen mooi leven
Voor de één is dat een niet aflatende stroom uitzichten
in sepia, om te delen
Voor de ander is een (zo goed als) nieuwe Mercedes
Voor een derde is het misschien zitten
in je saaie kleren, in een antieke bureaustoel
lekker tegen je eigen tijdvak zitten wezen
en je gal herkauwen (liefst voor publiek),
want vroeger, wat je kent uit boeken en overlevering
was beter.

Voor mij is het wijn drinken in de Kaukasus in de zon
En sjasliek eten
Met rode lippenstift op
(het kan zo simpel wezen).

Oh leven, ik heb je beleefd, dat je het weet.
Al voelde je er niet veel van.