Hoe de Belastingdienst mijn leven niet makkelijker maakte, maar wel leuker

2016-06-09_09-27-00.png
Mia Borsisavljevic – Nista licno

Een Phd doen in Rusland is een beetje een rare situatie. In tegenstelling tot in Europa, is het salaris belabberd. Of, zoals in mijn geval, nul. Je moet dus op de een of andere manier lucratief zien bij te beunen. Daarom geef ik Engelse en Nederlandse les; op een schooltje voor ongeveer vijf en halve euro per uur, en privé voor zestien. En ik corrigeer en vertaal teksten van studenten en kennissen voor bescheiden bedragen. Daarnaast schrijf ik af en toe een paar SEO teksten, om nog wat euro’s binnen te krijgen die ik opspaar voor vliegtickets. Als Nederlander zou je van zulke bedragen gaan huilen, maar mijn vaste lasten zijn erg laag (voor mijn kamer die ik deel met een kamergenoot betaal ik 20 euro per maand inclusief alles, en er is een klein sportzaaltje beneden). Het is ook een kwestie van prioriteiten.Ik kan best een kamer voor mezelf gaan huren, maar dan zit ik overal verder vandaan. En is het afgelopen met khachapuri eten. Naar de pedicure gaan. Wijn drinken. En verse groenten kopen. Zolang ik dat kan zonder dat ik bij mensen om geld moet vragen vind ik het eigenlijk wel prima.

En zoals Isaak Babel al schreef, de dikste portefeuilles zijn bestikt met tranen. Op een bepaald moment raakte ik een beetje opgeslokt in het dagelijks bestaan in Moskou, waarin mensen kromliggen om 4 à 500 euro per maand binnen te harken (een klein appartementje kost ongeveer dat – of net iets meer per maand),of zelfs nog minder. En met liefde zichzelf nog doder werken voor een paar extra kopekes. Arbeidsregelgeving bestaat hier niet echt, in de zin van, per zoveel uur zou je pauze moeten hebben. En een werkdag heeft een bepaalde lengte. Totdat ik me realizeerde dat ik om te sloven voor een minimumloon niet naar Rusland had hoeven komen. Dan had ik gerust in Nederland kunnen blijven, waar ik met al mijn geesteswetenschappendiploma’s vast binnen de kortste keren door het UWV de kas in gestuurd zou worden. Ofzo.

Daarom bedacht ik dat het een goed idee was om mijn schrijversbedrijf uit te breiden – minder werken en meer geld verdienen – en schreef me in bij de KvK. Daar verzekerden ze me dat het geen probleem was om op papier in Nederland freelance werk te doen terwijl je in Rusland woont, zolang je maar een vestigingsadres hebt. Toevallig heb ik ouders die in Nederland wonen, dus had ik ook een vestigingsadres. Het leek me een goede praktische oplossing. Tegelijkertijd besloot ik minder te gaan lesgeven.

Tot ik opeens werd gebeld door de Belastingdienst. Ik was direct in paniek, omdat ik op mijn Russische nummer werd gebeld door een Nederlands nummer. Kennelijk mag dat dus helemaal niet, en heeft de KvK me verkeerd voorgelicht toen ik er expliciet naar vroeg – je kunt als Nederlands bedrijf je werkzaamheden niet permanent in het buitenland uitvoeren. Of ja, het kan wel, je mag alleen geen BTW heffen. En zonder dat heeft een KvK-inschrijving niet bijzonder veel toegevoegde waarde. Achteraf natuurlijk heel logisch.

De grote stroom euro’s bleef dus uit. Al betwijfel ik enigszins of ik hem succesvol had aangezwengeld als ik wel een BTW-nummer had gekregen. Ik kwam er namelijk al gauw achter dat SEO schrijven weliswaar per opdracht lucratiever is dan lesgeven, het heeft dezelfde keerzijde als privéles geven – je moet continu actief op zoek naar leerlingen. Soms heb je geluk en tref je een gemotiveerde leerling die consequent 1 à 2 keer per week les wil, maar ook die zijn wel eens ziek. Of op vakantie. En dan heb je geen inkomen. Of je moet weer een nieuwe binnenslepen. En daar gaat heel veel tijd en energie in zitten. En ik ben geen verkoper. Wat in de 21e eeuw, en in het bijzonder in Nederland natuurlijk een beetje een sociale handicap is. Wie geen lucht kan bakken, krijgt geen brood op de plank. Je moet een beetje weten hoe je jezelf moet verpakken en bij wie je het moet aanbieden. En hoe. Dat is allemaal niks voor mij.

Maar daardoor ben ik dus minder gaan werken (zodat ik meer kan werken, ha) en heb ik nog minder geld. Maar het leven wordt er intussen beter op. Tegen de tijd dat ik terugkom ben ik vast niet rijk en succesvol, maar op zijn minst wijzer. Ik wil denk ik niet succesvol zijn, maar gewoon evolutionair stabiel. Of in elk geval nog niet.

Zhdun

IMG_0962.JPG
Homunculus Loxodontus – Margriet van Breevoort. Via: Beelden in Leiden.

Weten jullie wie Margriet van Breevoort is? Ik wel, net als iedereen en zijn oma in Rusland. Margriet van Breevoort is een Nederlandse kunstenares, die in 2016 de publieksprijs van Beelden in Leiden won met het kunstwerk ‘Homunculus Loxodontus’ (wat tegelijkertijd naar een insect en een olifant verwijst), en die in Rusland liefkozend Zhdun wordt genoemd, zoiets als ‘wachtende’.

Het beeld werd na de tentoonstelling aangekocht door het LUMC: “Het beeld van een aandoenlijk ogend wezen, zittend op  een bankje, krijgt een plek op de kinderafdeling van het LUMC” (via Beelden in Leiden). Op een gegeven moment plaatste een Rus (of Russin?) vanuit Nederland een foto van het standbeeld op een Russisch forum, met het bijschrift dat het LUMC volstaat met interessante kunst, en dat “dit schattige schepsel” het hoogtepunt daarvan is. Zhdun wacht rustig op zijn beurt met de andere patiënten in de wachtkamer.

Daarna werd het een soort virus. Overal memes.

pic_007275b2bef5897c77d648cac2b0097c
“Ik drukte ergens op en toen was alles weg.”
58e1713f1879e3b52895d1db03876614
“Wij wachten op verandering” samen met Viktor Tsoi.

Zhdun wacht onder andere tot Trump de sancties opheft, tot de prijzen op boodschappen dalen, en op de lente (allemaal dingen waar ik ook een beetje de hoop op heb verloren).

Fan-kunst:

16711716_10207144884860076_2536716203300492327_n

En Zhdun sightings in de Hortus:

2017-02-16_08-51-55.png

Als toppunt noemde een of andere politicoloog Zhdun ‘het’ symbool van Rusland.

Hoe dan ook, Margriet van Breevoort is een baas. Hier legt ze bijvoorbeeld uit hoe de Homunculus Loxodontus gemaakt werd. En haar andere werk is ook zeer de moeite waard.

 

 

 

Achterstallig onderhoud

2016-10-31_21-11-18
Google street view, Solyanka 7

Ergens dit voorjaar liep ik langs een herenhuis in het centrum van Moskou, waarvan de gevel totaal verpauperd was en onder de graffiti zat. Dat viel me toen heel erg op. Overal in het centrum wordt namelijk zo druk gerenoveerd, gehakt, gebeiteld en getegeld om van Moskou een nette wereldstad te maken. Vandaag kwam ik erachter dat kort na mijn wandeling de hele facade is afgezet met gaas. Vroeg of laat komt heel de stad aan de beurt voor een facelift.

Het huis staat bekend als “het huis met de Atlassen” (Atlas als in de Griekse mythische figuur Atlas die het hemelgewelf op zijn rug draagt, niet de boeken met kaarten). En het was ooit de woning van de koopmansfamilie Rastorguev – een achternaam die vrij vertaald kan worden als “uitverkoper”.

In ander nieuws heb ik pas geleden mijn eerste Russiche pedicure gehad. Wie weet wen ik ooit aan de Russische schoonheidssaloncultuur. Mijn nagels glanzen in elk geval als een pas gespoten BMW.

0_debce_a0a91c38_XL.jpg
Via Moscow-walks @ livejournal.

“De hele tabel van Mendelejev ligt hier te branden.”

dsc_0836
Het dorp Zilo.

Afgelopen week was ik bij de Avaren en de Andi’s in Dagestan.

Kaukasiërs, en dan vooral uit de Noord-Kaukasus (zoals Dagestan, Tsjetsjenië en Ingoesjetië) hebben in Rusland de reputatie om op zijn zachtst gezegd wat onstuimig te zijn. Binnen Dagestan staan de Avaren dan weer bekend als bijzonder wild. Vorige week dinsdag was ik in de hoofdstad Machatsjkala bij een Avaarse familie thuis. Toen ze hoorden dat ik van plan was naar de regio Botlich te gaan zeiden ze, oei, ga je de bergen in? Pas op hoor, wij zijn een onbesuisd zootje. Ik ging daar naar de Andi’s, maar die worden (ook door zichzelf) vaak beschouwd als een soort Avaren. De directeur van de school in het dorp vertelde met enige trots, dat de Andi’s eigenlijk het méest onbehouwen volk zijn van Dagestan. Zij waren in de 15e eeuw het laatste volk dat de Islam aannam, nadat alle anderen al waren bekeerd. En ver voordat er sprake was van een Dagestan, hadden de Andi’s in het Westen al een grens gecreëerd tussen henzelf en de Tsjetsjenen verderop.

In vergelijking met (vooral Noord-West) Europeanen zijn Dagestanen inderdaad wat impulsief. Die impulsiviteit kan heel effectief zijn. Mensen zijn in staat alles te laten vallen om je te helpen. Maar soms sta je ook aan de andere kant, en zit je uren op iemand te wachten omdat er van alles tussendoor kwam. Zo zat ik afgelopen vrijdag de hele dag bij iemands nicht thuis te wachten op vervoer, omdat het snorbusje dat zou rijden uiteindelijk toch niet reed, en de enige andere persoon die me kon ophalen eerst moest gaan hooien. Uiteindelijk heb ik die dag doorgebracht met het verwerken van materiaal wat ik al verzameld had en tegelijkertijd het dochtertje van bovengenoemde nicht bezig te houden. Dit terwijl diezelfde nicht de halve dag in de keuken stond eten te koken voor mij. Zo gaan die dingen in Dagestan.

 

dsc_0837
Het dorp Zilo.

Wat leuk is aan onder andere het Avaars, maar ook aan veel andere Dagestaanse talen, is dat het werkwoord een enorm arsenaal aan verleden tijdsvormen heeft met hele subtiele betekenisverschillen. Zo subtiel, dat de Dagestanen zelf er soms niets van merken. Zo heb ik bijvoorbeeld twee verschillende Avaarse vertalingen van één kort tekstje. De eerste vertaler gebruikt in elke zin de voltooid verleden tijd, terwijl de tweede een soort niet-helemaal verleden tijd gebruikt. Toen ik aan de eerste vertaler vroeg wat het verschil was tussen zijn tekst en de tweede tekst, zei hij: “Niks. Het is gewoon hetzelfde zeggen met andere woorden.” Met die uitleg was ik niet echt tevreden, dus legde ik de twee versies voor aan de oma van de familie waar ik vorige week bij op bezoek was. Ze dacht lang na, en riep toen haar dochter erbij. Er verzamelden zich hoe langer hoe meer familieleden om mijn teksten, tot uiteindelijk zelfs de dochter en schoonzoon die op de Krim wonen via skype aan de discussie deelnamen. Uiteindelijk luidde de conclusie, dat de eerste versie de indruk wekte dat de vertaler er zelf bij was geweest, terwijl de tweede versie meer de indruk gaf, dat de vertaler het van horen zeggen had.

Dit antwoord was wat ik verwachtte uiteindelijk te horen. Dit soort vormen worden soms omschreven als “direct waargenomen verleden tijd” tegenover “niet direct waargenomen verleden tijd”. Het idee dat het voor sprekers van deze talen belangrijk is of je iets wel of niet met eigen ogen gezien hebt, spreekt veel mensen tot de verbeelding. Maar de werkelijkheid is veel ingewikkelder. Tot nu toe vertaalt bijvoorbeeld iedereen de zin “Graham Greene heeft dit boek geschreven” steevast met een vorm van directe waarneming, terwijl er waarschijnlijk weinig Dagestanen hebben staan toekijken hoe Graham Greene boeken schreef. De uitleg is dan dat het om een feit gaat. In veel situaties zijn de vormen ook gewoon inwisselbaar volgens de sprekers. Desondanks maken verschillende sprekers vaak wel dezelfde keuzes in bepaalde situaties, dus er is íets in die situatie wat ze aanspoort om een bepaalde keuze te maken. Maar wát, daar ga ik de komende twee jaar mijn hoofd over breken en nog menig Dagestaan voor lastigvallen.

dsc_0820
Zilo.

Een ander pluspunt aan werken met Dagestaanse talen, wat ik al eerder noemde, is dat je ervoor naar Dagestan moet. Bergen, zon, zee, strand. En meloenen zo groot als UFO’s. En de mensen zijn dusdanig gastvrij, dat als de universiteit mijn vliegticket betaalt, op reis gaan naar Dagestan goedkoper is dan thuisblijven. Dit keer had ik wat meer uitgegeven aan cadeautjes voor de mensen bij wie ik had gelogeerd, maar van Dagestanen kun je gewoonweg niet winnen. Niet alleen geven ze je onderdak en eten, maar meestal krijg je ook nog cadeautjes toe, als dank dat je bent langsgeweest.

Saai is het nooit.
Het citaat in de titel komt van de taxichauffeur die me om vijf uur ‘s ochtends naar het vliegveld bracht. In Machatsjkala heerst er momenteel een Napolitaans afvalprobleem. Het afval wordt te weinig opgehaald en dat wat er op de vuilnisbelt ligt wordt eenvoudigweg in de fik gestoken in de open lucht, wat leidt tot enorme stinkende rookwalmen. Hij vertelde daarna nog hoe dat wel anders is in Denemarken, waar hij in de jaren ’90 een keer was geweest. Daar kun je gewoon zo op je sokken uit je auto stappen en over straat lopen zonder dat je sokken vies worden. Zo schoon is het daar.

dsc_0847

Intussen is het in Moskou dikke herfst. Mijn baantjesteller staat inmiddels op vier. De oude vrouwtjes bij het Kiev station verkopen chrysanten en het uitvreten is voorbij. Of nouja, na dit verhaaltje dan.

 


 

Een beetje glitter in je leven

In Russische schoonheidssalons voel ik me als een vis op het droge. Deze week besloot ik dat het tijd was voor een bikiniwax. Toen ik de prijslijsten van diverse salons bestudeerde, leerde ik dat je behalve alleen de zijkanten bijsnoeien voor je badpak, of alles weghalen, ook een bikini design kunt bestellen. Daar kun je dan naar smaak extra glitters aan laten toevoegen voor slechts 2 euro, of strass steentjes, á 10 roebel per stuk (14 cent). Ergens spreekt het me wel aan dat zelfs voor je bikini-zone een design met glitters binnen de mogelijkheden ligt. Ik denk dan vooral aan wat er om moet gaan in degene voor wie zo’n glamourdoos tevoorschijn getoverd wordt.

Uiteindelijk besloot ik naar de dichtstbijzijnde salon te gaan voor een wax zonder glitterextensies, want in Rusland is dat vaak al een toestand genoeg. Ik dacht terug aan de laatste keer dat ik me in Rusland liet waxen (lang, lang geleden), en de schoonheidsspecialiste ruim 40 minuten daar beneden doorbracht. Na een slepende sessie waar ze op een gegeven moment met een soort vergrootglas, een pincet en een tandartslamp aan de gang ging, had ik het idee dat we iets hadden opgebouwd samen. Ik ben namelijk gewend dat Nederlandse en Belgische waxspecialisten ongeveer een kwartier nodig hebben om om het even welke struik te vellen. Er worden geen verzachtende crèmes en lotions ingemasseerd, en er wordt niet te flauw gedaan. Je hebt het gevoel dat je een stuk vlees bent dat aan de lopende band wordt afgewerkt. Rats-rats en klaar ben je. Mijn schoonheidsspecialiste in Gent kon zonder treuzelen haar werk uitvoeren terwijl ze haar telefoon tussen haar oor en schouder geklemd hield en haar man vertelde over de eerste schooldag van haar kind. En zo heb ik het graag.

In Rusland gaat het allemaal zo makkelijk niet. De laatste keer dat ik me hier liet waxen had ik gezegd dat het niet de eerste keer was. De schoonheidsspecialiste lichtte dus verder ook niet toe wat voor dubieuze tintelende crèmes en toestanden ze allemaal in stond te wrijven voor ze begon. Dit keer kwam er, naast dubieuze crème, ook talkpoeder aan te pas. Vervolgens ging ze aan de gang, steeds kleine stukjes tegelijk, en keek ze me na elk stukje bezorgd aan en vroeg of het wel ging. Op den duur merkte ze verbaasd op dat ik zelfs niet met mijn ogen knipperde. Uiteindelijk had ze ook een half uur nodig, maar gaandeweg realiseerde ze zich dat ze me daadwerkelijk geen pijn deed. Ik heb goede hoop dat ze volgende keer wat minder bang is en de klus in 20 minuten geklaard is. Wie weet laat ik daarna wel een design met glittereffecten uitvoeren.